Meldcode kindermishandeling, interview met Wim Pluim AMK Utrecht

Meldcode kindermishandeling: een steun in de rug - Interview met Wim Pluim van het AMK Utrecht door Peep Trappenburg redacteur Kinderwijz magazine

Jaarlijks worden meer dan 100.000 kinderen mishandeld, verwaarloosd of misbruikt. In de strijd tegen kindermishandeling stelt de overheid vanaf juli 2013 de ‘Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ verplicht voor beroepskrachten in de gezondheidszorg, het onderwijs en de jeugdzorg. Ook kindertherapeuten moeten gaan werken met deze meldcode. Over de betekenis daarvan voor kindertherapeuten spreek ik met Wim Pluim, unitleider van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (amk) Utrecht.

Kinderwijz jan febr 2013

Wim Pluim: ‘We juichen als Advies- en Meldpunt Kindermishandeling de invoering van de meldcode toe. Het is belangrijk dat professionals hun verantwoordelijkheid nemen bij het terugdringen van kindermishandeling. In sommige beroepsgroepen wordt, vooruitlopend op de wettelijk verplichte invoering, al gewerkt met een meldcode. Onze indruk is dat de meldcode onder artsen inmiddels breed is ingevoerd. In andere sectoren ligt dat wellicht anders. Ik kan me voorstellen dat de meldcode onder kindertherapeuten nog minder bekend is. In de praktijk merken we dat er meer gevallen van kindermishandeling worden gemeld. Er is een groeiend bewustzijn ten aanzien van geweld tegen kinderen. Dat is met name een effect van de intensieve voorlichtingscampagnes van de overheid. De invoering van de meldcode kindermishandeling speelt daarin denk ik ook een belangrijke rol.’

Kindermishandeling en huiselijk geweld
De Wet op de jeugdzorg definieert kindermishandeling als ‘elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel’.
Kindermishandeling is onder te verdelen in vijf verschillende vormen:
– lichamelijke mishandeling;
– lichamelijke verwaarlozing;
– psychische of emotionele mishandeling;
– psychische of emotionele verwaarlozing;
– seksueel misbruik.
Het getuige zijn van huiselijk geweld wordt ook beschouwd als een vorm van mishandeling.
In de praktijk komen in een gezin waarin één of meerdere kinderen mishandeld worden, vaak verschillende vormen tegelijk voor.

Meldcode kindermishandeling
Organisaties en zelfstandige beroepskrachten in de (jeugd)gezondheidszorg, het onderwijs, de kinderopvang en de jeugdzorg moeten vanaf juli 2013 een meldcode kindermishandeling hanteren. Het doel van de meldcode is beroepskrachten te ondersteunen in de omgang met signalen van kindermishandeling en huiselijk geweld.
Het basismodel voor de meldcode is opgebouwd uit vijf stappen die moeten worden doorlopen voordat er een melding gedaan wordt. De volgorde van de stappen is niet bindend.

• Stap 1: In kaart brengen van de signalen
Signalen die wijzen op kindermishandeling, maar ook de signalen die dit tegenspreken, moeten zorgvuldig vastgelegd worden in het dossier. Er moet daarbij onderscheid gemaakt worden tussen signalen en feiten. Het is belangrijk de bron te vermelden als signalen worden aangegeven door anderen. De ‘signaleringslijsten van kindermishandeling 0-4, 4-12 en 12-18’ van het Nederlands Jeugd Instituut vormen een goed uitgangspunt voor het in kaart brengen van de signalen. Hulpverleners kunnen ook zorgen hebben over de veiligheid van kinderen van een cliënt of over andere kinderen binnen het gezin.
Wim Pluim: ‘Op dit gebied is nog veel te doen. Hulpverleners moeten nog meer oog krijgen voor de gezinsdynamiek en de risico’s op kindermishandeling binnen een gezinssysteem. Bij bepaalde psychopathologie of ernstige psychische problemen bij ouders, een zwaar belast gezin of bijvoorbeeld een heel moeizaam verlopende scheiding kunnen kinderen een extra risico lopen op mishandeling of getuige zijn van huiselijk geweld. Professionals moeten in zulke situaties extra alert zijn op signalen. Soms ziet een hulpverlener een kind helemaal niet, maar maakt hij zich wel zorgen. Een kind wordt bijvoorbeeld door de ene ouder aangemeld voor therapie terwijl de andere ouder geen toestemming geeft voor behandeling. Als de signalen die je krijgt in het gesprek ernstig zijn, is het altijd goed om contact op te nemen met het amk om te overleggen. Het amk kan dan beslissen of verder onderzoek nodig is.’

• Stap 2: Collegiale consultatie en zonodig raadplegen van het amk of Steunpunt huiselijk geweld
De tweede stap van de meldcode is het overleg met een deskundige collega om de signalen te duiden. Zo’n collega kan bijvoorbeeld de aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling zijn binnen de eigen organisatie.
Wim Pluim: ‘In kleine praktijken zal dat ingewikkelder zijn. Daar is meestal geen aandachtsfunctionaris. Zeker niet in eenmanspraktijken. Het is goed om dan een beroep te doen op het amk voor advies. Er is dan geen sprake van een melding, maar van consultatie. Op basis van anonieme cliëntgegevens kan overlegd worden. Er is in dat geval geen schending van het beroepsgeheim.’

• Stap 3: Gesprek met de cliënt
De volgende stap is het bespreken van de signalen met het kind en de ouders. De hulpverlener vraagt ouders en kind om een reactie te geven op de waarnemingen. Openheid is van groot belang voor de vertrouwensrelatie.
In sommige gevallen is het toch beter om af te zien van een gesprek. Het kan de veiligheid van het kind of andere betrokkenen in gevaar brengen. Er kan een groot risico zijn dat ouders of jongere het contact met de hulpverlener verbreken, waardoor er geen zicht meer is op het kind.
Wim Pluim: ‘De vertrouwenskwestie speelt vaak een rol bij het bespreken of melden van kindermishandeling. Therapeuten hebben een vertrouwensrelatie met ouders en/of kind. Die relatie kan onder druk komen te staan.’
Soms is een kind echt te jong voor een gesprek of is het te belastend. Therapeuten kunnen zelf afwegen of een gesprek zinvol en wenselijk is. Zij kunnen daarbij ook advies vragen aan het amk.

• Stap 4: Wegen van het geweld of de kindermishandeling
Na de eerste drie stappen beschikt de therapeut over de volgende informatie: de signalen, die zijn vastgelegd, de uitkomsten van het gesprek met kind en ouders en het advies van deskundigen (amk, aandachtsfunctionaris). Op grond van deze informatie wordt een inschatting gemaakt van het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling en van de aard en de ernst van de mishandeling. Daarbij kan gebruikgemaakt worden van een risicotaxatie-instrument.
Wim Pluim: ‘Mijns inziens is het verstandig om in deze fase altijd overleg te hebben met het amk om een verantwoorde afweging te kunnen maken. Ik denk dat de verantwoordelijkheid te groot is om die bij therapeuten te leggen. Het amk heeft specifieke expertise op dit gebied. Het is goed om van die deskundigheid gebruik te maken.’

• Stap 5: Hulp organiseren of melden
In deze fase beslist de therapeut of hij zelf adequate hulp kan organiseren of dat hij een melding doet bij het amk. Dat doet vervolgens onderzoek naar de signalen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek besluit het amk wat er moet gebeuren. Vaak is dat vrijwillige hulp, maar er kan ook een melding gedaan worden bij de Raad voor de Kinderbescherming en/of aangifte van mishandeling gedaan worden bij de politie.
De therapeut bespreekt zijn voornemen om een melding te doen bij het amk in principe eerst met het kind en de ouders. In dat gesprek legt de therapeut uit wat een melding betekent voor de betrokkenen en wat het doel van de melding is.
De ouders of het kind kunnen bezwaren hebben tegen zo’n melding. De therapeut bespreekt deze bezwaren en kijkt of hij hieraan tegemoet kan komen. Als de bezwaren blijven bestaan, maakt de therapeut een afweging tussen de bezwaren en de noodzaak tot melden.
Wim Pluim: ‘Dit is vaak een moeilijk punt, omdat er sprake is van een vertrouwensrelatie met een kind en ouders. Scholen hebben bijvoorbeeld de verplichting om kindermishandeling te melden en doen dat ook. Scholen geven aan dat dat achteraf wel grote problemen kan geven in de relatie met een leerling of ouders. Met name bij jongeren is die vertrouwenskwestie vaak lastig.
Je kunt aan de ouders of de jongere uitleggen dat je op grond van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling verplicht bent een melding te doen. De beslissing om signalen van mishandeling te melden wordt zo gelegitimeerd door de meldcode, waardoor de relatie met die cliënt mogelijk juist minder onder druk komt te staan. De meldcode kan voor professionals dus ook een steun in de rug zijn.’

Dit artikel komt uit het magazine Kinderwijz januari/februari 2013. Een los nummer of een abonnement is te bestellen via www.248media.nl

Meer informatie over kindermishandeling, huiselijk geweld en de meldcode:
www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/hulp-bieden/meldcode
www.amk-nederland.nl
www.nji.nl