Beelddenken door Marion van de Coolwijk

Marion van de CoolwijkBeelddenken, ook wel visueel leersysteem genoemd, is denken in beelden en gebeurtenissen, niet in woorden en begrippen. Het kan omschreven worden als ruimtelijk denken, waarbij visuele, auditieve en zintuiglijke informatie tegelijkertijd worden verwerkt. Daardoor overziet een beelddenker het geheel. Dit verschilt van taaldenken: bij het denken in woorden is sprake van volgorde en klanken.

Een voordeel van beelddenken is dat een beelddenker informatie sneller kan verwerken (32 beelden per seconde) dan een taaldenker (2 woorden per seconde). Een nadeel is dat een beelddenker woordvindingsproblemen kan hebben om duidelijk te maken wat hij denkt. Dit kan resulteren in bijvoorbeeld lees- en spellingsproblemen.
Alhoewel de symptomen van dyslexie en beelddenken sterk op elkaar lijken, betekenen beide begrippen niet hetzelfde. Dyslexie is een neurologische stoornis. Beelddenken is een oorspronkelijk denkproces waarbij het visuele leersysteem de voorkeur geniet. Een beelddenker kan dus wel kenmerken van dyslexie vertonen (en veel dyslecten hebben een visuele voorkeur), maar er is een duidelijk verschil: de problemen bij dyslexie zijn blijvend, de problemen die een beelddenker kan krijgen in het talige onderwijs, zijn met een goede begeleiding te verhelpen.

Taaldenken
Jonge kinderen zijn van nature beelddenker; ze denken creatief, associatief, simultaan en zijn automatisch gericht op het geheel en op overeenkomsten. In de eerste jaren leren kinderen de taal aan, oftewel het taaldenken (verbale leersysteem). Een aangeleerd proces dat zich sterk richt op volgorde, procedures, verschillen en details. Veel van het oorspronkelijke beelddenken wordt teruggedrongen ten behoeve van het analytische taaldenken.
Wetenschappelijk onderzoek bewijst dat ieder mens rond het vijfde levensjaar een voorkeur ontwikkelt voor of het visuele of het verbale denken, oftewel: beelddenken of taaldenken. Deze voorkeur is grotendeels erfelijk bepaald en heeft invloed op de manier van leren en denken.

Talig onderwijs
Het huidige onderwijs is voor het merendeel analytisch: er wordt gewerkt vanuit de details naar het geheel. Leerlingen die talig zijn ingesteld, scoren goed. Zij worden beloond met goede cijfers omdat ze de lesstof letterlijk kunnen onthouden en opdrachten op volgorde kunnen uitvoeren. We leren kinderen aan om het creatieve, associatieve beelddenken los te laten ten behoeve van het seriële taaldenken. Het brein moet zich gaan richten op details (welke letter staat er?), op verschillen (is het een b of een d?), op volgordes (straat/staart), op luisteren (welke klank hoor je?) en op het automatiseren (leer het maar uit je hoofd). Allemaal zaken waar kinderen van nature moeite mee hebben. Vandaar ook dat er in de kleuterklassen veel gedaan wordt op het gebied van luisteren, kijken naar verschillen en aanleren van volgordes, want juist dat zijn de gebieden die nog ontdekt moeten worden.
Kinderen die de overstap naar het taaldenken niet kunnen maken (bijvoorbeeld door problemen als dyslexie, adhd en oogfixatie of door erfelijke voorkeur), blijven visueel ingesteld. Ze kunnen problemen krijgen met lezen, spellen, rekenen en automatiseren. Niet de lesstof is het probleem, maar de talige manier van leren en lesgeven. Door het vroegtijdig herkennen en erkennen van het beelddenken kunnen veel (leer)problemen voorkomen worden.

Talenten
Doordat beelddenkers met taalproblemen op school constant horen en merken dat ze het niet goed doen, ontstaat er frustratie en onzekerheid. Dit heeft weer zijn weerslag op het leren. Een vicieuze cirkel waar vaak maar moeilijk uit te komen is. Het kind heeft het gevoel dat hij niet voldoet aan de gestelde eisen. ‘Ik ben dom’ is een vaak gehoorde conclusie.
Vele experts die op het gebied van beelddenken zijn opgeleid, kunnen door middel van onderzoek en begeleiding helpen om inzichtelijk te maken bij het kind wat beelddenken is. Als beelddenker heb je vele talenten. Je ziet overeenkomsten, gehelen en hebt direct overzicht. Je denkt snel, associatief en dus creatief. Je voelt dingen goed aan en bent goed in ruimtelijke zaken zoals de weg weten, grafieken en figuratie. Allemaal heel handig, maar op school krijg je daar geen complimenten voor. Integendeel. De ervaring leert dat zo’n gesprek met kind, ouders en leerkracht een eerste aanzet is tot de spiraal omhoog.
Beelddenken is namelijk geen stoornis, het is een manier van informatie verwerven en verwerken. Met speciale visuele leertechnieken krijgen kinderen en leerkrachten een handvat om de talige lesstof visueel te maken. Zo kunnen de kinderen hun beeldende talenten inzetten bij het leren. Dit zorgt voor succeservaringen, waardoor het zelfvertrouwen groeit. Leren wordt weer leuk!

Begeleiding
Zelf beelddenker met talent voor taal, kwam ik er pas als moeder achter dat kinderen gigantisch kunnen vastlopen in het onderwijs door het beelddenken, terwijl er niets mis is met hun intelligentie en motivatie. De teleurstelling die een kind ervaart als niets lukt en hij constant fouten maakt, terwijl hij de lesstof heel goed begrijpt, is schrijnend.

Job (9) is een slim, creatief en leergierig kind, met gevoel voor muziek en tekenen. Zijn interesse in de wereld om hem heen maakte dat hij zich al op driejarige leeftijd spelenderwijs alle letters en cijfers had aangeleerd. Hij was handig met alle digitale middelen, maakte prachtige tekeningen en bedacht originele oplossingen voor alledaagse problemen. Eenmaal op de basisschool kreeg hij het echter moeilijk. Hij moest zich houden aan volgordes, bleek moeite te hebben met het zien van verschillen, moest herhaaldelijk kleine opdrachten doen waardoor hij het overzicht verloor en raakte geregeld in paniek als hij de juiste woorden niet kon vinden. In groep 3 was Job geen hoogvlieger met lezen en rekenen. Zijn scores waren net aan voldoende, in tegenstelling tot zijn algemene gedrag en niveau bij andere vakken. De juf vertelde dat Job in de gaten werd gehouden in verband met mogelijke dyslexie.
De ouders van Job moesten thuis extra met hem oefenen, en langzaam veranderde Job van een vrolijke leerling in een stille, gehoorzame jongen die ook thuis zijn kopje liet hangen. ‘Ik ben dom’, zei hij, en langzaam ging hij daarin geloven. In de weekenden en vakanties bloeide Job even op en werd hij weer de oude, ondernemende jongen van vroeger. Zodra hij weer naar school moest, nam zijn onmacht het over.
Aan het eind van groep 3 ontstond er twijfel bij de juf of Job wel naar groep 4 kon. Jaargroep 3 overdoen zagen de ouders echter niet zitten. Job verveelde zich nu al. Hij zou daar sociaal-emotioneel niet op zijn plek zijn en de uitdaging moeten missen bij de andere lesstof. Ze vroegen zich af waarom er niet uitkwam wat erin zat.
De ouders besloten een beelddenkonderzoek te laten afnemen. Met behulp van het non-verbale onderzoeksinstrument Wereldspel en een didactisch onderzoek kwam naar voren dat Job zeer visueel was ingesteld en moeite had met de overschakeling naar taal. Zijn cognitieve vermogens waren bovengemiddeld, waardoor hij behoorlijk kon compenseren. Hierdoor waren bepaalde zaken niet aan het licht gekomen.
Job las bijvoorbeeld op herkenning. Hij keek naar de vorm van een woord (twee rondjes, een stokje aan het begin en twee golfjes aan het eind = boom) en op context (het bijbehorende plaatje van een vogel in een boom = mus in de boom). Met de huidige leesmethodiek, waarbij vaste woorden langere tijd worden gebruikt, was de slimme, snelkijkende Job niet door de mand gevallen bij de toetsen. Bij het zien van een eerste letter en/of plaatje gokte hij het woord en vaak was dat goed.
Ook bij het rekenen had hij zo zijn eigen strategieën. Door snel in gedachten te tellen, kon hij sommen toch nog binnen de tijd oplossen. Inzicht in wat rekenen en lezen nu echt was en waar het toe diende, had hij niet. Hij was het overzicht kwijt. Zijn Cito-scores waren net aan voldoende. Hij zou het zeker niet redden in groep 4 zonder begeleiding.
In overleg met school mocht Job naar groep 4 als hij daarnaast begeleiding kreeg. Mijn eerste gesprek met Job was puur gericht op herkenning en erkenning. Ik legde hem uit dat hij in beelden dacht en ging in op de mogelijkheden daarvan. Daardoor ontstond een intensief gesprek, waarbij we zelfs het model van het brein bestudeerden. Job realiseerde zich dat hij niet dom was, maar dat zijn hersenen op een andere manier leerden. De uitdrukking ‘trekken aan een dood paard’ werd hem pijnlijk duidelijk. Er viel een last van zijn schouders. De weg was vrijgemaakt naar hoe het wel kon. De weken erna hebben we alle lesstof nogmaals doorgenomen, maar nu vanuit het standpunt: eerst het kader en de functie duidelijk hebben, dan pas de diepte in.
Door alle letters en klanken te rubriceren en in een overzichtelijk kader te plaatsen, ontstond overzicht. Voor een beelddenker cruciaal! Ik vertelde Job dat kijken naar de vorm van woorden niet handig is. Je loopt dan vast in het verdere leesonderwijs. Ik liet het bord zien van een doodlopende weg. Beter is het om je hersenen te oefenen in het zien van details: letters en kleine clusters. Lezen vergt oefenen, veel oefenen. Hersenen hebben het oefenen nodig om dingen te automatiseren. Hierdoor bouw je je leessnelheid op zonder fouten te maken. Ik liet hem het bord zien van 130 km per uur en hij lachte.
Ook bij het rekenen verliep dit zo. We gingen terug naar de basis en bouwden langzaam naar inzicht en doorzicht. Eerst de context, dan pas de feiten!
Om zijn gedachten te ordenen leerde ik Job speciale visuele leertechnieken aan. Door lesstof te visualiseren, door te doen, te associëren en te ervaren, kon Job de dingen beter onthouden. Wetenschappelijk onderzoek bewijst dat deze manier van werken direct toegang tot het langetermijngeheugen biedt. Met de Kleurmethode arceert Job nu de kernwoorden van een tekst om deze vervolgens in een conceptmap te plaatsen: een overzicht van taal en beeld waar alle informatie met één blik te zien is. Job leerde het taaldenken te combineren met zijn oorspronkelijke beelddenken. Hierdoor kan hij optimaal gebruikmaken van zijn talenten.
Zowel school, ouders als Job merkten dat dit het handvat was om zijn schoolcarrière succesvol te laten zijn. De juf heeft de aantekening ‘dyslexie’ laten vervallen en zich verdiept in het beelddenken. Tot haar verbazing kwam ze erachter dat ook zij een visuele voorkeur heeft en dit diep had weggestopt. Nu werkt ze in haar klas divergerend: ze geeft eerst het kader en het doel aan en richt zich daarna pas op de details van de lesstof. Het inoefenen gebeurt nu veel multifunctioneler: alle zintuigen worden ingezet, en alle kinderen hebben hier baat bij.
En Job? Hij weet nu hoe hij moet leren. Hij heeft de motivatie om het te doen en weet waar zijn valkuilen liggen. Zijn ouders hebben de slimme, creatieve Job terug die met plezier naar school gaat.

Uit een brief van de moeder van Job:
‘Jobs zelfvertrouwen is erg toegenomen. Hij gelooft in zichzelf en hij gebruikt zijn talenten nu veel gerichter. Nog steeds is school niet zijn ding, maar hij kan ermee omgaan en weet nu hoe hij moet leren.’

Onze maatschappij
Het Nederlandse onderwijssysteem is al decennialang gericht op talige leerlingen. De meeste leerstof wordt verbaal aangeboden (leerkracht praat, leerling luistert). Methodes, oefeningen en lessen zijn sequentieel (op volgorde). En bijna alles wordt tweedimensionaal aangeboden (boeken, teksten).
Vreemd, als je bedenkt dat de maatschappij de afgelopen jaren enorm veranderd is op het gebied van informatieverwerving. De industriële revolutie, waarin het beheersen van volgordelijke processen centraal stond, heeft plaatsgemaakt voor de kenniseconomie. Na een eeuw van taaldenken zijn we nu beland in een beeldtijdperk. Televisie, computers, reclames … Alles moet snel, visueel, associatief en flitsend zijn. De dingen gaan niet meer op volgorde. Je pikt eruit wat je kunt gebruiken. Details worden minder belangrijk, het gaat om het geheel. Driedimensionaal is helemaal hot, en kijken is belangrijker geworden dan luisteren.
In personeelsadvertenties wordt gevraagd naar creatieve mensen die buiten de paden kunnen denken en overzicht hebben. We zijn terug bij ons oorspronkelijke talent beelddenken, en dat geeft zicht op vooruitgang.
Waarom leren we onze kinderen dit beelddenken tijdens hun schoolperiode af, om het vervolgens weer terug te willen als ze het bedrijfsleven ingaan? Er lijkt een kloof te zijn tussen de wereld binnen de school en daarbuiten. Moet het onderwijs dan helemaal omgegooid worden? Welnee! Het gaat om kleine subtiele aansluitingspunten bij het aanbieden van de lesstof, waardoor alle kinderen met plezier naar school (blijven) gaan.

Marion van de Coolwijk is, naast succesvol jeugdboekenschrijfster, directeur van Instituut Kind in Beeld. Door middel van opleidingen, voorlichting en onderzoek richt ze zich op het visuele leersysteem van mensen, oftewel: beelddenken. Haar studievaardigheidmethode ‘Beelddenken in de praktijk leren leren’, waarmee reguliere lesstof visueel wordt gemaakt, is een succesvol handvat voor kinderen die moeite hebben met het talige onderwijs. www.kindinbeeld.nl

Tekst: Marion van de Coolwijk
Foto: Marijn Olislagers

 

Dit artikel komt uit het magazine Kinderwijz mei/juni 2012.