COACHEE!-spel®

Voor kinderen vanaf 8 jaar, pubers en volwassenen die even niet meer weten hoe ze verder moeten en zoeken naar ‘eigen’ oplossingen

Er was eens een koetsier. Hij had een prachtige koets waarin hij mensen kon vervoeren van de ene plek naar de andere plek. Soms zaten er deftige mensen in de koets. Soms voorname zakenmensen, en heel af en toe mocht de koetsier de koning en de koningin vervoeren. De reis ging langs de rivier en vaak over hobbelige wegen, langs modderige rivierpaden en over zanderige weggetjes vol gaten. De paarden van de koetsier waren gelukkig heel sterk en ze luisterden goed naar hun baas.
Op een dag staat de koetsier te wachten op nieuwe passagiers. Hij weet dat er iemand mee zal rijden die heel belangrijk is. Iemand die van de ene plek naar de andere plek moet. En die iemand, dat ben jij. Samen gaan jullie onderweg. Wat komen jullie allemaal tegen denk je?
Opeens zegt de koetsier ‘ho maar’ tegen zijn paarden. De paarden luisteren weer goed en stoppen meteen. Je bent nog lang niet op de plek van je bestemming, maar toch zegt de koetsier dat je mag uitstappen.
‘De brug is kapot’, zegt de koetsier. ‘Ik kan je tot hier brengen, maar de rest moet je zelf doen. Je moet naar de overkant van de rivier. Het enige wat ik voor je heb, is deze kist met stenen. Als je deze stenen een voor een in het water legt, kun je over de stenen springen en de overkant bereiken. Maar voor je de stenen krijgt moet je nog wel wat doen.’

Kindercoaching
Als je het woord ‘coach’ gaat herleiden, kom je terecht in een klein plaatsje in Hongarije, in Kocs. Daar werden in de vijftiende eeuw koetsen gemaakt voor het keizerlijke wagenpark in Komárom, een grensplaats tussen Hongarije en Slowakije. Deze voertuigen ontleenden hun naam aan het stadje waar ze zo zorgvuldig werden gemaakt. De beste wagenmakers maakten deze goed afgeveerde coaches of koetsen voor de koningen van deze aarde, opdat zij zich comfortabel zouden kunnen verplaatsen over de slechte weg langs de rivier de Donau. Dankzij hun stoere, compacte en elegante ontwerp werden koetsen een rage in het vijftiende-eeuwse Europa.
Kocs ligt in de noordelijke provincie Komárom-Esztergom. De Donau stroomt in het noorden en bepaalt de grens tussen Hongarije en de Slowaakse provincie Nitra. De Komárombrug over de Donau is de grensbrug en precies op het midden daarvan bevindt zich die grens.

Het bovenstaande is eigenlijk heel symbolisch als je het vergelijkt met kindercoaching. Een koets als voertuig, getrokken door paarden, die kleine opgroeiende koninklijke personen vervoert over een tijdelijk moeilijk begaanbare weg, langs de rivier met stromend water (de naam Donau betekent in het Keltisch ‘stroom’) en dan over de brug om een grens te passeren zodat een doel kan worden bereikt.

Coaching wordt op Wikipedia als volgt omschreven: ‘Een vorm van persoonlijke begeleiding op basis van een gelijkwaardige één-op-éénrelatie. De coachee leert, de coach ondersteunt dit leerproces. Doel van de coaching is het vergroten van de persoonlijke effectiviteit van de coachee.’
Coaching is een leerproces, een manier om problemen om te zetten naar leerervaringen of levenslessen. Zo zou je het kort kunnen samenvatten.

Wat doet een kindercoach?
Als je dit aan tien kindercoaches vraagt, zul je tien verschillende antwoorden krijgen. Er is echter wel een overeenkomst in te vinden: een kindercoach gaat ervan uit dat alle antwoorden in het kind zelf zitten; het kind wordt zich hiervan bewust als het in staat wordt gesteld zelf die antwoorden te zoeken, te vinden en te gebruiken. Het kind is dus de koets zelf, de koetsier op de bok, maar ook de reiziger die het doel van de reis bepaalt. De kwaliteiten en talenten van het kind kun je zien als de paarden die de koets voorttrekken.

Het zoeken naar de kwaliteiten en mogelijkheden van het kind vereist ervaring en kundigheid van de kindercoach. In eerste instantie een persoonlijke ervaring met deze zoektocht naar innerlijke antwoorden. Een eigen relatie met het vinden van deze antwoorden en een beleving van het inzetten, het bewust gebruiken van deze informatie.
Hierbij heeft de kindercoach ook de nodige kennis in huis. Kennis is onontbeerlijk. Enerzijds kennis als gevolg van ervaringen die de kindercoach zelf heeft opgedaan. Die kennis wordt ingezet bij het coachen van kinderen. Daarnaast is er natuurlijk de kennis die een kindercoach opdoet tijdens de opleiding.

Het spel
Water en stenen werken vrijwel altijd op de fantasie van kinderen. Zonder enige voorbereiding gaan kinderen slepen met de stenen, bouwen aan dammen en bruggen en genieten van het water dat zomaar een andere kant op gaat.
Dit gegeven is de basis voor het COACHEE!-spel. De rivier overwinnen door er stenen in te leggen, waardoor een pad ontstaat om naar de overkant te gaan.
Door het beantwoorden van vragen en het maken van verschillende opdrachten verzamelt het kind stenen voor dit pad. Zo komt het kind elke keer een stapje verder, leren kind en begeleider elkaar beter kennen en wordt er op een speelse manier een veilige basis gelegd voor de hulpverlening. Hulpverlening niet alleen aan kinderen, maar ook aan jongeren en volwassenen.

Je ontdekt meer over iemand door een uur met hem te spelen,
dan door een jaar met hem te praten
Plato

Het doel
Het COACHEE!-spel geeft de begeleider informatie over het kind en de situatie waarin het zich bevindt.
Het kind moet verschillende vragen beantwoorden of opdrachten uitvoeren. Deze vragen en opdrachten gaan over zes verschillende levensgebieden: kind en familie, kwaliteiten en talenten, hulpvraag of het probleem van het kind, het zelfbeeld en probleemoplossend vermogen, het kind op school en het hebben van en omgaan met emoties.
Door het kind verschillende werkvormen aan te bieden, kan het op diverse manieren informatie geven. De werkvormen zijn bijvoorbeeld: filosoferen, tekenen, gebruikmaken van bewegingsvormen en gesprekken voeren.

Wie werken met het spel?
− Begeleiders die een-op-een met kinderen werken.
− Begeleiders die met groepjes kinderen of klassen werken.
− Coaches, counselors, therapeuten, jeugdhulpverleners, leerkrachten, intern begeleiders, remedial teachers. Kortom, begeleiders die kinderen een stapje verder willen helpen.

Max, 11 jaar
Max komt achter zijn moeder aan de praktijk binnen. Tijdens een intakegesprek de week ervoor heeft de moeder aangegeven dat het gedrag van Max thuis niet prettig is. Hij heeft een kort lontje. Is om het minste of geringste boos en bepaalt met zijn stemming de hele sfeer in huis. En dat terwijl er geen aanleiding voor is. Althans, de ouders kunnen de aanleiding niet vinden. Ze hebben al van alles geprobeerd, maar niets helpt. De hulpvraag van de ouders is enerzijds ‘help ons onze zoon te begrijpen’ en anderzijds ‘help hem om zich beter in zijn vel te voelen’.

Bij de eerste kennismaking met Max geeft hij duidelijk aan dat het wat hem betreft allemaal onzin is. Er is niets met hem aan de hand en hij snapt dan ook echt het gezeur van zijn moeder niet.
Ik vraag hem of hij ondanks dat er niets aan de hand is, met mij het spel wil spelen. Gewoon om te kijken of we iets kunnen ontdekken. Ik leg hem uit dat door de vragen en opdrachten zijn moeder hem weer wat beter kan leren kennen en wellicht ontdekt hij op deze manier ook weer nieuwe dingen over zichzelf. Max ontdooit wat, schuifelt heen en weer op zijn stoel, zucht een keer diep en zegt: ‘Oké!’
Ik kies voor de ‘magische versie’ van het spel: het schudden van de kaartjes en het gooien van de dobbelsteen. Het toeval doet de rest.

Max gooit tot zes keer toe de kleur blauw. De opdrachten doet hij keurig en we hebben een hoop plezier met elkaar. Een heel andere Max komt tevoorschijn. Creatief, vindingrijk, zorgzaam, heel open in het vertellen en met een grote dosis humor.

Nadat hij bij de zesde stap weer blauw heeft gegooid, vraag ik hem: ‘Wat is er aan de hand op school?’ Ik stel hem deze vraag omdat blauw de kaartjes zijn met vragen over school. De hulpvraag komt voort uit de thuissituatie, dus de blauwe vragen liggen niet zo voor de hand.
Max is even stil. En dan vertelt hij dat hij vorig jaar gepest is.
Zijn moeder reageert direct. ‘Dat is toch al opgelost, Max? Ze pesten je toch niet meer?’
Max lijkt zich wat terug te trekken. Op mijn vraag of hij er nog steeds last van heeft, knikt hij.
En ineens vallen er puzzelstukjes op hun plek.

Inderdaad vertoont Max dit gedrag sinds het pesten. Ze hadden er op school alles aan gedaan om het pesten te stoppen, maar Max had nooit hulp gehad om zich te herstellen van deze situatie. En juist daar had hij behoefte aan. Max bleef op zijn hoede en had, om te overleven, gekozen voor dit gedrag. ‘Dan blijven ze in ieder geval uit mijn buurt.’

We kunnen het spel aan de kant leggen en aan de slag gaan met de littekens die door het pesten bij Max zijn achtergebleven.

Vier maanden later is er al veel veranderd thuis. Max is weer vrolijk en zit lekker in zijn vel. Omdat de oorzaak duidelijk is, begrijpen de ouders wanneer hij weer even in een oud patroon schiet. Ze kunnen hem even zijn gang laten gaan, precies waar Max om gevraagd had, zodat hij tot zichzelf kan komen en de oplossingen zelf kan vinden.

Jeannette Bakker-Stam
www.kindercoachmethode.nl
Kindercoachmethode COACHEE! is een onderdeel van het KinderCoachKasteel, gevestigd in Steenwijk

spel