Ik leer leren

Een training voor kinderen van groep 8 en brugklaskinderen om leren gemakkelijker te maken

Jonge kinderen leren automatisch. Gedurende de eerste vijf jaar van hun leven leren kinderen de helft van wat ze in hun hele leven aan kennis opdoen. Je kunt een leven lang blijven leren, vooral als het aangejaagd wordt door nieuwsgierigheid en verwondering.

Bij veel kinderen gaan de klepjes dicht
Wanneer kinderen ouder worden, verdwijnen langzaam maar zeker bij een aantal van hen de verwondering, de nieuwsgierigheid en een automatische leergierigheid. De eisen van volwassenen en de doorgaande ontwikkeling gaan tellen. Kinderen krijgen te maken met omstandigheden die het (plezier in) leren soms negatief beïnvloeden, zoals:

– verwachtingen van ouders;
– meten met anderen;
– faalervaringen;
– Cito- en andere toetsen;
– levensgebeurtenissen die het kind uit zijn evenwicht brengen;
– vanaf 9 jaar krijgt de buitenwereld meer invloed en worden vriendschappen en omgang met leeftijdgenoten belangrijker;
– door de puberteit veranderen de hersenen, wat invloed heeft op concentratie, plannen en organiseren;
– social media en alle techniek in computers, i-phones, spelletjes, apps en allerlei andere sociale en elektronische verleidingen doen een groot appèl op kinderen; een kind moet sterk in zijn schoenen staan om weerstand te kunnen bieden aan deze verleidingen om nog te kunnen leren.

Dit betekent dat bij veel kinderen de klepjes voor korte of langere tijd dichtgaan.
Vergelijk het maar met als je ziek bent: er gaat geen eten meer in en de krant lezen lukt ook niet meer. Als bij een kind de kleppen dicht zijn, ontstaat er een leerachterstand. De lesstof gaat door en het kind loopt ergens een achterstand op. Dit overkomt ieder kind tijdens de schoolperiode. Niemand kan altijd alert zijn en ieder kind heeft te maken met gebeurtenissen die impact hebben.

Gevolgen
– Gelukkig lukt het de meeste kinderen zich te blijven ontwikkelen volgens de (Cito-)ontwikkelingslijn. Zij zijn flexibel genoeg en pakken met of zonder (enige) ondersteuning de draad weer op.
– Veel kinderen lopen ergens een ‘gat’ op. Ze hebben essentiële lesstof gemist.
– Het ontstane gat wordt niet opgemerkt, maar de lesstof gaat wel door.
– Extra inspanning van school wordt soms aangeboden: IB, RT, andere methodieken, huiswerk, etc. Dit gaat echter vaak over de inhoud in het hier en nu en niet over daar waar het kind is afgehaakt.
– Kinderen haken af en er kunnen faalangst, concentratieproblemen, motivatieproblemen en geen feeling met een eigen leerstijl ontstaan.
– Op het voortgezet onderwijs lopen veel kinderen vast met het inplannen, uitvoeren en volhouden van aandacht bij hun huiswerk.

Ieder kind kan leren
Volwassenen hebben de taak een kind te stimuleren om te komen tot leren. Ze mogen ontdekken waar ze kunnen aansluiten bij de natuurlijke ontwikkeling, het niveau en de nieuwsgierigheid van het kind.

Wat heeft een kind onder andere nodig om te kunnen leren?
– Reactie kunnen inhouden door bijvoorbeeld op je beurt te wachten en na te denken voor je iets doet.
– Werkgeheugen gebruiken door korte opdrachten te onthouden.
– Emoties regelen zonder gefrustreerd te raken bij fouten en tegenslag.
– Volhouden van aandacht, ook bij minder leuke taken.
– Zelfstandig starten met een taak en zonder hulp de taak afmaken.
– Plannen en prioriteiten stellen door een plan te maken en een volgorde te bepalen.
– Organiseren en strategie bepalen door geordende spullen en logische volgorde van taken.
– Tijdsbeleving door inschatten hoeveel tijd een taak kost en op tijd taken afhebben.
– Doelgerichtheid en doorzettingsvermogen om ook als het tegenzit verder te gaan.
– Flexibiliteit om de plannen te veranderen.
– Evaluatie en regulatie om steeds de goede dingen te kunnen doen.

Voorwaar … dit is wat een kind nodig heeft op het voortgezet onderwijs! En wij maar denken dat kinderen automatisch leren :-) De uitdaging voor ouders en leerkrachten is het bij elkaar brengen van het kunnen leren, de opgelopen gaten dichten en het kind helpen de benodigde functies uit te bouwen.

Het ‘Ik leer leren’-programma
Het doel van het programma is:
– kinderen helpen het leren makkelijker en leuker te maken;
– zelfvertrouwen geven;
– inzicht leren krijgen in eigen leerstrategie;
– motiveren om te leren;
– meer alternatieven bieden voor leren leren.

Wat doet ‘Ik leer leren’ anders dan andere programma’s?
– Het programma kijkt naar het individuele kind en gebruikt daarbinnen de kracht van het groepsverband.
– Coachen van het kind en zijn talent staat centraal.
– Uitdagen tot het aanboren van motivatie van binnenuit.
– Uitdagen tot het nemen van verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces.
– Ontdekken waar het leergat is ontstaan en ondersteuning bieden om de gevolgen te herstellen.
– Als het kind het hoe te leren helder heeft, kan de inhoud aandacht krijgen.
– Kinderen leren over de voorwaarden voor leren.
– Het programma is een afwisseling van oefenen, testen, actie, rust en kennis vergaren.
– Het gaat verder dan veel methodieken die eenzijdig gericht zijn op bijvoorbeeld beelddenken.
– Het behelst alle onderwerpen die te maken hebben met leren.

Hoe doet ‘Ik leer leren’ dit?
– Veel uitleg, reflectie en ervaren van principes van leren.
– Veel oefeningen en testen om achter eigen voorkeuren en sterke kanten te komen om deze in te kunnen zetten.
– Werken met faalangst, motivatie, concentratie, leerstijlen, motivatie en organisatie door oefeningen, spellen en vooral fysiek ervaren van wat denkstijlen doen.

Leidende principes van ‘Ik leer leren’
1. Ieder kind kan leren.
2. Er zijn helpende (groene) en niet-helpende (rode) factoren.
3. Concentratieproblemen bestaan niet.
4. Motivatie is mogelijk.
5. Steun kan geregeld worden.
6. Ieder kind kan zijn eigen leermanier ontdekken en inzetten.
7. Kinderen leren van elkaar. 8. Nadruk op inhoud helpt niet altijd.

1. Ieder kind kan leren
Wanneer een kind heeft leren fietsen, zwemmen en schrijven, kan het leren. Voorwaarden zijn oefenen, oefenen en oefenen en de bereidheid daartoe. De stappen van leren leren komen uitgebreid aan bod.
2. Er zijn helpende (groene) en niet-helpende (rode ) factoren
– Mensen hebben duizenden gedachten per dag, waarvan meer dan 75% negatief is.
– Onze gedachten zijn leidend; een aanname uit de gedragstherapie.
– Doelen kunnen rood of groen zijn. Rood is vermijding en vaak niet-helpend.
– We kunnen kinderen helpen om zich bewust te worden van hun rode gedachten en deze helpen om te draaien naar groene gedachten.

3. Concentratieproblemen bestaan niet
– Een concentratieprobleem maskeert vaak een ander probleem.
– Mogelijke andere problemen: aandacht, focus, beweging, motivatie, leerprobleem, organisatie, faalangst, hooggevoeligheid of zorgen.

4. Motivatie is mogelijk
– Als een kind voordelen ziet van zijn inspanning, is motivatie gemakkelijker.
– Wakker de interesse aan.
– Gun het kind de eigen worsteling.
– Geef het kind zijn eigen verantwoordelijkheid.

5. Steun kan geregeld worden
– Blijf als volwassene op de juiste afstand.
– Bied hulp aan.
– Leer het kind hulp vragen.

6. Ieder kind kan zijn eigen leermanier ontdekken en inzetten
– Ieder kind heeft zijn eigen voorkeur om lesstof op te nemen, te verwerken, te onthouden en te reproduceren.
Sommige kinderen zijn goed in stampwerk, andere in betekenis geven en weer andere leren makkelijker als ze weten hoe ze iets kunnen toepassen.
– Ieder kind heeft een eigen belangstellings- en interessegebied, waardoor het gemakkelijker leert.
– Als een kind zich bewust is van zijn leerstijl, strategie, organisatie en interessegebied en leert omgaan met deze manieren van leren, gaat het leren met sprongen vooruit.

7. Kinderen leren van elkaar
– ‘Ik leer leren’ daagt kinderen uit zich uit te spreken over hun eigen manieren van leren en hun eigen tips en trucs om te kunnen leren.
– Kinderen kunnen elkaar motiveren, helpen en tips en trucs geven om het leren makkelijker te maken.

8. Nadruk op inhoud helpt niet altijd
– Kinderen met leerproblemen hebben vaak al inhoudelijke ondersteuning gehad. – Meer van hetzelfde werkt niet. – Huiswerkbegeleiding gaat over de lesstof. – Kinderen hebben het nodig om de voorwaarden voor leren en het hoe van leren te leren.

Resultaten van ‘Ik leer leren’

Dit zijn vooral vallende kwartjes, (weer) plezier in leren en hogere cijfers. Uitspraken van kinderen zijn: – Ooooh … is dit leren? – Dus als ik het op die manier aanpak, gaat het gemakkelijker?
– Als dit het is, wil ik daar wel mijn best voor doen.
– Nou als dat het is, ga ik er toch gewoon voor zorgen dat ik overga?
– Dus ik heb geen concentratieprobleem?
– Gelukkig weet ik nu hoe ik me kan voorbereiden op een toets.
– Het groen denken helpt mij ook als ik met vriendinnen ben.
– Dus je kan ook op andere manieren een makkelijke samenvatting maken? En zo zijn er nog meer opmerkingen en verzuchtingen die je hoort tijdens en na de training.

Onderpresteren

Peter kon zich niet concentreren en dat gebeurde vooral op de dagen dat hij een toets had. Hij wist dan bij wijze van spreken ’s ochtends al dat het niet goed zou gaan. Dit was erg vervelend natuurlijk, want Peter wilde architect worden. Hij wist dat architecten in ieder geval goed moeten kunnen rekenen en goede brieven moeten kunnen schrijven. We babbelden even voort over het ontwerpen van huizen en maakten steeds de overstap naar zijn leven op school.
Peter was bang dat hij voor ‘nerd’ uitgemaakt zou worden en wilde graag ‘gemiddeld’ zijn. Ik maakte hem een beetje in de war door veel verschillende vragen op hem af te vuren. ‘Wat is normaal presteren?’
‘Hoe gek is het dat een “nerd” abnormaal presteert als hij lage cijfers haalt?’ ‘Hoe gek is het dat een “dommerik” erop aan wordt gekeken dat hij het gewoon niet beter kan?’
Het gevolg van deze vragen was dat Peter zijn overtuiging dat hij het beste af was door minder te presteren, niet meer goed vast kon houden. Peters moeder wist nog een aantal prachtige anekdotes te vertellen over hoe hij zichzelf in groep 1 en 2 had leren lezen en rekenen, en hoe hij op school beweerde dat hij het niet kon. Dit paste in hetzelfde mechanisme. En dus konden we dit mooi meenemen in het kiezen van een nieuwe overtuiging over leren en presteren en het wel of niet laten zien van je talenten.
Toen we verder gingen en Peter erachter kwam dat hij zich aanpaste omdat hij bang was gepest te worden, kwamen we nog een stap verder. Uiteindelijk hebben we letterlijk stappen gezet met de voornemens en manieren van leren die nu beter bij Peter bleken te passen – zodat hij weer verder kon met leren.

De training
‘Ik leer leren’ is ontwikkeld door Centrum Tea Adema. De training wordt door heel Nederland en België gegeven door speciaal opgeleide trainers. Een training bestaat uit vijf lessen van anderhalf uur en gaat over leerstijl, faalangst, leerstrategie, motivatie, concentratie, plannen, organiseren, tijdmanagement, reflecteren en manieren van leren.

De training is vooral geschikt voor kinderen van groep 8 en brugklaskinderen.

Voor meer informatie

www.ikleerleren.nl
www.kindercoachingfriesland.nl voor verhalen uit de praktijk