EMOE-training

Training bestemd voor basisschoolleerkrachten om in hun klas, samen met de kinderen, een empathisch leefklimaat te realiseren, onder het motto ‘Allen voor één en één voor allen’

Inleiding
Is het bij jou op school ook zo’n hot item: het ongemotiveerde gedrag van leerlingen, de desinteresse in elkaar, de conflicten in de klas en op het schoolplein? Herkenbaar? Daarom is het nu tijd voor de ontwikkeling van de emotionele intelligentie van de leerlingen! Een emotioneel intelligent mens (jong of oud) is in staat tot zelfrespect, gedraagt zich zelfstandig, weet wanneer zijn gezonde zelfbeschikkingsrecht in te zetten, kan bouwen op zelfvertrouwen. Zulke kinderen leven zich in de ander in, voelen na hoe het voor de ander is, durven door te voelen hoe het voor de ander moet zijn, zijn bereidwillig in het oplossen van conflicten en zetten de juiste stappen om uit een conflict te komen. Kinderen die emotioneel intelligent zijn, hebben een hoge morele standaard, die hun leidraad is.

Gedragverandermethodes
Op scholen, in de maatschappij en in contact met anderen verwachten we dat kinderen zelfstandig werken, zelfvertrouwen hebben, sociaal vaardig zijn en conflicten op gepaste wijze oplossen. De vele conflicten, pesterijen, ongemotiveerde kinderen vragen van de leerkracht een andere aanpak dan tot nu toe. De meeste scholen die zich zorgen maken over het gedrag van kinderen, focussen hun aandacht op het vinden van de juiste methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. Kinderen en volwassenen veranderen echter pas als ze in zichzelf een probleem ervaren. Is dat niet het geval, dan is het ‘veranderde gedrag’ slechts een tijdelijke verandering en geen interne omwenteling van attitude (= houding). Verandert de innerlijke attitude , dan verandert het gedrag. Een kant-en-klare methode kan daardoor nooit voor alle kinderen dezelfde verandering teweegbrengen. De EMOE-training (Emotionele Educatie voor kinderen) leert leerkrachten om vraaggestuurd en procesgericht met kinderen te werken aan sociale vaardigheden en emotionele intelligentie.

Recht van kinderen op morele voorbeelden
De eerste persoon die drie rechten van kinderen formuleerde en een bijzonder moreel hoogstaand mens was, is Janusz Korczak (1878-1942). Korczak was schrijver en pedagoog, maar bovenal kinderarts, die een pleidooi hield voor het ‘recht van het kind op eigen lijf en leven’. Hij demonstreerde in het weeshuis waar hij directeur van was, voortdurend de gedachte dat kinderen mensen zijn met recht op een leven met eigen emoties. Emoties die we dienen te leren kennen, te waarderen en serieus te nemen.
Korczak schreef ooit:

Ik eis een Magna Charta Libertatis over de rechten van het kind. Ik heb drie fundamentele rechten gevonden:
− Het recht van het kind op zijn eigen dood
− Het recht van het kind op de dag van vandaag
− Het recht van het kind om te zijn wat hij is

Willen wij kinderen ondersteunen bij hun weg naar een gelukkig leven, dan zullen we kinderen het recht moeten toestaan om ‘eigenaar’ te zijn van hun eigen leven, hun eigen probleem en hun eigen wensen. Willen we kinderen helpen om op een gelijkwaardige manier met elkaar en met volwassenen om te gaan, dan hebben zij hulp nodig bij het ontwikkelen van hun emotionele intelligentie. Op een gelijkwaardige, serieuze en liefdevolle wijze. De leerkracht dient daarin model te zijn en samen te werken met alle kinderen.

Emotionele intelligentie
De verschillende aspecten van emotionele intelligentie zijn van belang om:
− gelijkwaardige relaties aan te gaan;
− relaties te verdiepen;
− hobbels en conflicten in relaties op te lossen.
Een aantal doelen die te behalen zijn met behulp van de training, zijn onder andere:
− beleven: ervaren van gevoelens van alleen, vrolijk, eenzaam, blij, tot alle loosjes (hulpeloos, moedeloos, machteloos, hopeloos, waardeloos, etc.). Sommige kinderen hebben hun gevoelens ver weggestopt of hebben die bedekt met lichamelijke klachten, gedrag of oppervlakkige gevoelens. Zij hebben juist ondersteuning nodig van alle mensen in de klas (leerkracht en leerlingen);
− weten: de namen van gevoelens kennen, zodat je erover kunt praten met anderen. Woorden geven houvast en de mogelijkheid te vertellen wat je voelt in plaats van het gevoel weg te drukken met beschermgedrag;
− ervaren: morele inzichten zijn blijvend wanneer ze beleefd worden als antwoord op een probleem. Regels komen van bovenaf. Moreel inzicht, respect en liefde komen van binnenuit en zijn een sterkere drijfveer dan gehoorzaamheid of angst voor straf;
− herkennen: de gevoelens koppelen aan de juiste naam (waar zit dit gevoel in je lichaam, waaraan bemerk je dat het dit gevoel is en geen ander). Het plaatsen van het gevoel in het lichaam met de bijbehorende lichamelijke sensatie, gedachten, gedrag en imaginatie (het beeld dat iemand in zijn hoofd ziet) maakt het mogelijk om het buiten jezelf neer te zetten en er op een afstandje naar te kijken. Reflectievermogen is een vaardigheid die onlosmakelijk verbonden is met emotionele intelligentie;
− erkennen: vertellen (aan jezelf en anderen) dat je die gevoelens ook hebt. Het bekennen aan jezelf dat je ergens last van hebt, is een voorwaarde om uiteindelijk tot empathie te kunnen komen richting anderen;
− verdragen: verdragen van gevoelens (tot 10 tellen) alvorens ze te ‘bewerken’. Pas wanneer gevoelens worden ‘omarmd’ als zijnde een deel van jezelf, kunnen kinderen ermee aan de slag;
− invoelen: inleven in de gevoelens van anderen. Het overstappen naar de ander, (zonder jezelf te verliezen) en je eigen gevoelens ten bate van de ander even ‘parkeren’ is een van de moeilijkste stappen voor kinderen;
− navoelen: zich verplaatsen in de belevingswereld van de ander vraagt een interne veiligheid, waarbij de leerkracht in staat is om de buitenwereld te ‘bewaken’;
− hulpbronnen: inschakelen van (interne en externe) hulpbronnen om gevoelens te verdragen; het recht op je eigen tempo bij deze ontwikkeling (zowel voor de kinderen als de leerkracht) vraagt openheid naar elkaar. De hele groep denkt mee (externe hulpbron) om het kind of de leerkracht te ondersteunen en verder op weg te helpen;
− interne lotsbepaling: weten hoe zichzelf gelukkig te voelen ongeacht de omstandigheden en zichzelf troosten ongeacht de eventuele schuld van de ander ten aanzien van de ‘wond’. Gezond zelfrespect als wegwijzer voor het handelen;
− effectief gedrag: inzetten van mediationvaardigheden, zoals de ‘oudekoeienmethode’ teneinde conflicten tussen anderen te begeleiden, vraagt inzet en empathie en natuurlijk de sociale vaardigheden die nodig zijn om in contact te komen en te blijven met anderen.

Uitkomst van emotionele intelligentie
Wie emotioneel intelligent is, heeft meer kans op het gelukkigheidsgevoel. En wie zich gelukkig voelt, pest niet. Wie zich gelukkig voelt, is ontspannen. Wie zich gelukkig voelt, leeft een positief leven. Wie zich gelukkig voelt, leert beter. Emotionele intelligentie geeft de leerling meer kans op een evenwichtig gevoelsleven: de leerling weet immers welke gevoelens er zijn, de leerling kan ermee aan de slag, de leerling ontwikkelt (via en met de leerkracht en de andere kinderen) de middelen om dat te doen.

Allen voor één en één voor allen
Het lastige spanningsveld dat elke juf of meester wel kent, is de afweging: laat ik het belang van de groep voorgaan boven het belang van het individuele kind? Wanneer vraag je een kind zich aan te passen? En wanneer wil je dat de anderen rekening houden met één kind? Het principe van ’allen voor één en één voor allen’ is een van de basisattitudes die de leerkracht samen met de kinderen uitdraagt.

Opzet van de EMOE-training voor de basisschool
Doel: gelukkige kinderen in een gelukkige klas van groep 1 tot en met groep 8.
Voor wie: voor leerlingen, om emotioneel intelligent te worden en op die manier gelukkige, respectvolle en liefdevolle relaties aan te gaan. Mediationtraining is onderdeel van het trainingspakket: leerlingen kunnen zich vanaf groep 6 laten opleiden tot KinderMediators volgens de attitude van Janusz Korczak.
Door wie: de leerkracht. De leerkracht is de belangrijkste persoon in de klas. De leerkracht demonstreert zelfrespect, zelfstandigheid, moreel besef, zelfverantwoordelijkheid, zelfbeschikkingsrecht. De leerlingen ontwikkelen sociale vaardigheden en emotionele intelligentie aan de hand van demo-lesjes en met name doordat de leerkracht het morele gedrag voorleeft. Daarmee is meteen duidelijk dat de leerkracht de grootste omwenteling ondergaat, waardoor deze de kinderen kan leiden vanuit morele principes in plaats vanuit regels, bevelen en opdrachten.
Driedaagse EMOE-training: leerkrachten worden opgeleid tot EMOE-trainers in hun klas, zodat zij in staat zijn het juiste demonstratiegedrag neer te zetten, teneinde een interne omwenteling teweeg te brengen bij hun leerlingen.
Opzet werkboek EMOE-training: elk hoofdstuk start met de te behalen doelen en welke voorafgaande doelen gehaald moeten zijn. Elk hoofdstuk bevat tips voor de verschillende leeftijden, zodat je bijvoorbeeld zelfs in groep 7 kunt starten met de basis van emotionele intelligentie. Elk hoofdstuk bevat valkuilen en tips, meest voor de hand liggende (lastige) reacties van kinderen en de daarbij juiste (en effectieve) attitude en reactie van de leerkracht. Het is daarmee een praktisch, direct inzetbaar boek.
Studiebelasting: het werkboek voor leerkrachten Emotionele Educatie in de basisschool, dat medio juni 2014 verschijnt, is een praktisch werkboek, behorend bij de EMOE-training, waar direct uit gewerkt wordt. De grootste verandering vindt in de leerkracht plaats. Wie daartoe bereid is, zal succes hebben met zijn leerlingengroep en een warm klassenklimaat mogelijk maken. De kinderen zijn de leidraad. Niet de lesstof, niet de inspectie, niet de ouders, niet een leerlingenwerkboek.
Waar: op de Nederlandse Academie voor Psychotherapie, Andreas Schelfhoutstraat 48 in Amsterdam; www.academie-psychotherapie.nl.
Wanneer: vanaf juni 2014 is het mogelijk de driedaagse training te volgen op de Academie.
Door wie: Charlotte Visch, ontwikkelaar van de EMOE-training.

Charlotte Visch ontwikkelde gedurende de jaren dat zij in het basisonderwijs werkte, een eigen stijl van lesgeven en omgaan met de leerlingen. Haar leidende principe was en is ‘allen voor één en één voor allen’. In haar klas werd niet gepest, doordat zij vanuit het morele principe ‘we verdienen het allemaal om gelukkig te zijn’ handelde. Haar leerlingen vertelden enthousiast aan de schoolarts hoe blij ze waren. Het leidde ertoe dat hij een aantal kinderen van andere scholen aanbeval om naar haar klas over te stappen. Haar motivatie om zo met kinderen om te gaan ontstond al op jonge leeftijd. Als 5-jarige concludeerde zij: ‘Dit moet anders!’, doelend op de wijze waarop de kleuterjuf reageerde op haar en de andere kinderen. Veel later schreef zij het boek Gelukkige kinderen in een gelukkige klas. Een boek dat is bestemd voor leerkrachten en directeuren van basisscholen en ouders die de innerlijke overtuiging hebben dat kinderen recht hebben op een stimulerende en blije schooltijd; voor degenen die de mogelijkheden willen benutten om kinderen in een liefdevolle omgeving te laten leren; voor degenen die van binnenuit voelen en weten dat kinderen het meeste leren wanneer zij zich gelukkig voelen; voor degenen die kinderen serieus willen nemen en met hen als gelijkwaardige partners in de school willen werken.
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat een schoolklimaat verandert wanneer iedereen (leerkrachten, directie, leerlingen en hun ouders) meegaat in de gedragsverandering. Een gedragsverandering van binnenuit. Leerkrachten, ouders en leerlingen kunnen die met elkaar bewerkstelligen. De EMOE-training geeft leerkrachten de theorie en de praktijk om op maat in hun klas te werken aan sociale vaardigheden en emotionele intelligentie.

Charlotte Visch
Ontwikkelaar integratieve kindertherapie
Adviseur Child & Youth Affairs aan de Nederlandse Academie voor Psychotherapie
Auteur van: Gelukkige kinderen in een gelukkige klas, Angst-Wegwijzer, De sleutel tot je kind en Kofferkinderen
www.childconsult.nl