Leer samen spelen met Tim en Flapoor

Een socialevaardigheidstraining voor kinderen van 6 tot 10 jaar

LSS omslag 3e druk 2e opl gr

‘Leer samen spelen met Tim en Flapoor’ is een socialevaardigheidstraining voor kinderen van 6 tot 10 jaar met uiteenlopende sociale problematiek. De training is ontwikkeld in de praktijk en gebaseerd op de training ‘Bang zijn voor andere kinderen’ van Ringrose en Nijenhuis (1986). In ‘Leer samen spelen met Tim en Flapoor’ spelen de vier hoofdcomponenten van Goldstein – modeling, gedragsoefening, bekrachtiging en transfertraining – een centrale rol.

De training bevat veertien bijeenkomsten, die op speelse wijze worden weergegeven en beschreven in het handzame werkboek Leer samen spelen met Tim en Flapoor. Alle ingrediënten zijn aanwezig om direct aan de slag te gaan, terwijl de methode ook voldoende ruimte biedt voor persoonlijke aanpassingen. Aan de hand van rollenspelen leiden de fantasiefiguren Tim en Flapoor de kinderen langs verschillende thema’s, die op herkenbare wijze worden aangeboden.
De training is opgebouwd rondom de thema’s: elkaar aankijken, een goede vraag stellen, om de beurt praten, onderhandelen in spel, reageren op een afwijzing, invoegen in een spelend groepje en pesten. Naast allerlei praktische materialen (kopieermateriaal) bevat het werkboek ook observatielijsten voor zowel de trainers als de ouders/verzorgers/leerkrachten en een lijst van benodigde materialen.

Om een indruk te geven van het praktijkmateriaal van de methode, volgt hieronder een deel uit de bijeenkomst over onderhandelen.

Twee trainers spelen Tim en Flapoor

Modeling 1
F: Tim, ik wil met je spelen!
T: Ja, Flapoor, ik wil ook met jou spelen. Weet je, ik heb ontzettend veel zin om memory te doen. Moet je eens kijken in deze doos, mooie kaartjes, hè? Het is echt een heel spannend spel!
F: Nee Tim, ik weet iets veel leukers. Kijk eens wat ik bij me heb … Een nieuwe bal! Hier kun je héél ver mee schieten.
T: Mhnff, ik wil wel met je spelen, maar ik wil liever memory doen.
F: Ja, jij wilt altijd liever een spelletje doen. Kom nou eens een keer mee voetballen.
T: Neehee, méhémóryhy …
F: Dat is een babyspel.
T: MET DE BAL IS EEN BABYSPEL.
F: VOETBAL, vóéhóétbáhál!
T: MEMORY, MEMORY!
F: VOETBAL, VOETBAL, VOETBAL, VOETBAL, VOETBAL!

Tim en Flapoor spelen het onvaardige gedrag dat hier eindigt in ruzie, voor veel kinderen heel herkenbaar! Ook thuis met broertjes en zusjes ontstaan conflicten tijdens het onderhandelen.

Hulpspeelgoed dobbelsteen
Om het vaardige gedrag visueel te maken, wordt in ‘Leer samen spelen met Tim en Flapoor’ gebruikgemaakt van hulpspeelgoed. Dat maakt het eenvoudiger om te begrijpen, maar ook om te oefenen. In deze bijeenkomst bestaat het hulpspeelgoed uit een dobbelsteen met op iedere zijde een oplossing. De oplossingen worden gebruikt om ruzie of stagnatie bij onderhandelen te voorkomen en gedragsalternatieven aan te reiken.
Met de oplossingen op de dobbelsteen spelen de trainers eerst de verschillende oplossingen voor en daarna gaan de kinderen zelf één voor één oefenen – natuurlijk met gebruikmaking van de dobbelsteen.

Oplossing om de beurt spelen (symbool op de dobbelsteen: twee gezichtjes)
Modeling 2
Tim en Flapoor komen op elkaar af. Tim heeft een memoryspel in zijn hand, Flapoor een bal. Zij herhalen het rollenspel, maar komen nu tot samenspelen met behulp van het hulpspeelgoed.
T: We willen alle twee iets anders spelen. Dat moeten we oplossen met de dobbelsteen.
F: O ja, die dobbelsteen! Deze twee hoofdjes betekenen om de beurt de zin van de ander doen. Kijk Tim! Ik gooi en hij valt op … de twee hoofdjes.
T: Dan moeten we memory doen en ook voetballen. Eerst een spelletje memory en daarna voetballen!

Oplossing samen iets anders bedenken (symbool op de dobbelsteen: denkwolk)
Modeling 3
Trainers herhalen het rollenspel, maar laten aan de hand van de dobbelsteen een gedragsalternatief zien.
F: We moeten weer met de dobbelsteen gooien om het op te lossen.
T: Eén, twéé, drie, daar rolt hij al … Hij valt op de … denkwolk, dat betekent dat we samen iets anders moeten bedenken.
F: Touwtje springen?
T: Nee, verstoppertje?
F: Met de racebaan?
T: Ja, daar heb ik ook zin in. Ja Flapoor, kom, dan gaan we samen met de racebaan spelen!

Oplossing toegeven (symbool op de dobbelsteen: de letters OK)
Modeling 4
F: We moeten het oplossen met de dobbelsteen, Tim, net als de vorige keer.
T: Nou, dan gooi ik hem weer op … Hij valt op oké!, dat betekent toegeven, ik moet doen wat jij wilt, Flapoor. Oké, ik geef toe, we gaan voetballen.

De kinderen herkennen gemakkelijk het gespeelde gedrag en ze leren moeiteloos opmerkingen en bewoordingen van leeftijdgenoten te benoemen. Is het gedrag eenmaal te benoemen, dan is ook de volgende stap – naar zelfreflectie – eenvoudiger te zetten. Voor de leeftijdscategorie van deze training is praten over het eigen gedrag vaak nog erg abstract. Met de inzet van rollenspelen en het hulpspeelgoed wordt het concreet.
Op ouderbijeenkomsten horen trainers vaak (van ouders): met de rollenspelen houden jullie de kinderen een spiegel voor. Maar bewustmaken is slechts de eerste stap; de trainers zetten de kinderen er ook toe aan ander gedrag te vertonen/ontwikkelen door middel van gedragsoefeningen.
Met het hulpspeelgoed zijn kinderen gemakkelijk te motiveren om nieuw gedrag te gaan oefenen, het is immers leuk om te gooien met de dobbelsteen. Soms valt het niet mee om de opdracht uit te voeren die erop wordt aangegeven, maar dat is helemaal niet erg – daar is het een training voor.
Als een groepje kinderen oefent met het nieuwe gedrag, zijn de trainers gericht op ieder afzonderlijk kind en wat hij of zij te leren heeft. Zij werken op maat en weten dus met welk gedrag ieder kind zijn repertoire uitbreidt.

De kinderen maken hun eigen hulpspeelgoed, in dit geval een dobbelsteen, om mee naar huis (en naar school) te nemen. Ze krijgen stickers die net iets kleiner zijn dan de zijden van een houten dobbelsteen. Met een stift of een kleurpotlood tekenen de kinderen de symbolen na op de stickers en plakken die op de dobbelsteen.
Voorafgaand aan de training is afgesproken wie de helpers zijn die het kind wekelijks helpen met oefenen. Aan het einde van de bijeenkomst krijgen de kinderen de ‘helpersbrief’ mee voor thuis en/of op school. Hierin staat voor ouders en leerkrachten eenvoudig uitgelegd hoe ze met hun kind kunnen oefenen.
In de meeste gevallen loopt het hulpspeelgoed voor op de uitleg van de helpersbrief. De ervaring leert dat de deelnemers graag hun ouders betrekken in de spelvorm van het hulpspeelgoed en dus zelf doorgeven aan ouders en broertjes/zusjes hoe je het dient te gebruiken.

Iedere bijeenkomst in de methode heeft één onderwerp of thema. Binnen de bijeenkomsten wordt een vaste volgorde van onderdelen gevolgd. Deze vaste volgorde en wekelijkse herhaling vormen voor kinderen een duidelijke, vaste structuur. De onderdelen zijn allemaal kort en bieden ruimte voor snelle afwisseling van luisteren, praten en bewegen.

Voor welke kinderen is deze methode nu bij uitstek geschikt?
Hoewel de methode al jarenlang met succes op veel plaatsen in Nederland en België gebruikt wordt, is het belangrijk de effecten ervan wetenschappelijk te toetsen. De Universiteit Brabant is anno 2013 bezig met een grootschalige effectmeting onder deelnemende kinderen en onder een controlegroep. Het is de bedoeling om ‘Leer samen spelen met Tim en Flapoor’ te voorzien van het kwaliteitskeurmerk van het NJi (Nederlands Jeugdinstituut).

Workshop
Bij de boekuitgave is een workshop ontwikkeld voor iedereen die begint met ‘Leer samen spelen met Tim en Flapoor’ én voor degenen die al werken met de methode en deskundiger willen worden.
De workshop wordt gegeven door Hankie Gubbels, de auteur van het boek. Alle beginnende en gevorderde trainers oefenen op hun eigen niveau om kinderen binnen een groep in hun kracht te zetten.
In afwisselende werkvormen en rollenspelen komen alle vaardigheden aan bod en oefenen cursisten de rol van de trainer. Door het bekijken van filmmateriaal uit de praktijk en door het inzetten van een trainingsacteur krijgt het oefenen meer diepgang.

Doelgroep
De doelgroep van de methode omvat: leerkrachten basisonderwijs, remedial teachers, intern begeleiders, schoolbegeleidingsdiensten, kinderpsychologen die in de eigen praktijk trainen, schoolmaatschappelijk werk en kinderopvangorganisaties.

Over de auteur
Hankie Gubbels is al vijftien jaar werkzaam als trainer voor het Instituut Maatschappelijk Werk te Tilburg. Zij geeft verschillende socialevaardigheidstrainingen, faalangsttraining, begeleidt rouwverwerkingsgroepen en kindergroepen van gescheiden ouders. Zij leidt trainers op, traint leerkrachten en hulpverleners, en geeft workshops.

Het boek Leer samen spelen met Tim en Flapoor is een uitgave van Pearson Assessment and Information, Amsterdam.

Zie voor meer informatie over boekuitgave en workshop: www.pearsonclinical.nl

Pearson_Without_Strapline_Blue_RGB_HiRes