Rouw is de achterkant van de liefde door Wibe Veenbaas

Het kind met de wolvengang
Het is een mooie avond vroeg in maart, de merels fluiten hun hoogste lied. De cliënten en representanten voor de avond-familieopstellingen stromen binnen. Ook Maarten is erbij: hij is 8 jaar en vanavond mag hij lang opblijven. Zijn moeder heeft mij aan de telefoon verteld dat haar jonge zoon geen rust kan vinden. Terwijl iedereen een plekje zoekt in de kring met stoelen, zie ik Maarten buiten voor het raam heen en weer lopen. Het raakt me diep om het kind zo te zien: hij doet me denken aan een wolf in gevangenschap. Zijn hoofd hangt wat gelaten maar alert tussen zijn schouders en hij lijkt door een onzichtbare drang gedreven te worden om te blijven ‘heen-en-weren’ in een voor mij onzichtbare kooi.

We hebben met Maarten afgesproken dat hij binnenkomt zodra zijn moeder haar vraag zal inbrengen, en dat de deur voor hem open blijft.
Na de introductie van de avond en het welkom neemt de moeder van Maarten als eerste cliënte naast mij plaats. Maarten wordt binnengeroepen en we spreken af dat hij buiten de kring van mensen mag blijven bewegen als hij dat wil, en wil hij gaan zitten, dan kan hij dat doen, er is een stoel voor hem vrij.
Maartens moeder heeft hem al uitgelegd wat ze gaan doen die avond en hoe opstellingen werken.
Ik vraag aan Maarten of hij zelf in de opstelling wil, of dat hij wil dat iemand voor hem in de opstelling komt. Hij kiest voor het laatste en wijst iemand voor zichzelf aan.

Dan brengt moeder haar vraag in: ‘ik wil graag uitzoeken of er iets is wat ik kan doen om Maarten te dienen in het vinden van rust.’
Ik kijk naar Maarten, die zijn wolvengang heeft hervat buiten de kring. Ik kijk naar zijn moeder, die ogenschijnlijk rustig zit, maar onophoudelijk in haar handen wrijft. Ik vraag aan haar: is er iemand die je plotseling bent verloren die je nog zo graag stevig vast had willen pakken?
Het is alsof mijn vraag inslaat als een bom: moeder stopt direct met wrijven en knijpt haar handen nu zo stevig in elkaar, dat haar knokkels spierwit worden. Maarten stopt zijn wolvengang, hij is direct een en al aandacht.

Moeder vertelt over het ongeluk van haar vader, waardoor hij is omgekomen en zij hem nooit meer heeft gezien. Zij wijst een representant voor haar vader aan en iemand voor zichzelf en ze stelt beide representanten op in de ruimte. De representant voor Maarten kiest zelf zijn plek in de opstelling. De opa van Maarten is op de grond gaan liggen, de vertegenwoordigster voor zijn dochter gaat direct op haar knieën bij hem zitten. De representant voor Maarten staat er wat reddeloos bij.
Ik vraag aan de vrouw hoe het met haar is. Ze zegt: ‘Ik zit hier aan de grond genageld, ik ben al die tijd al hier, bij mijn vader, ik kan hem niet loslaten.’ Ik vraag de moeder haar eigen plaats in te nemen in de opstelling, de representante gaat zitten. Een hevig verdriet overvalt de moeder, de tranen stromen over haar wangen. Op het moment dat zijn moeder toegeeft aan haar verdriet, zie ik Maarten diep inademen. Hij staat stil. Dan kijkt de moeder op en zegt tegen mij: ‘Ik had zo graag gewild dat ze elkaar hadden gekend.’
Ik vraag de moeder om Maarten van buiten de kring op te halen en hem uit te nodigen om binnen te komen. Ik zeg haar: ‘Vertel je vader en je zoon dat je hen zo graag aan elkaar voor wilt stellen.’ Ik laat de representant voor Maarten weten dat hij kan gaan zitten. Een ontroerend intiem contact ontvouwt zich tussen vader, dochter en kleinzoon. Dan zegt grootvader: ‘Nu is het mijn tijd om te gaan.’
Als de opstelling afgerond is, nemen Maarten en zijn moeder in de kring plaats. Geen moment zien we Maarten nog zijn wolvengang hervatten. Hij is niet langer buiten de kring, maar heeft plaatsgenomen in de kring. Zijn hoofd rust op de schouder van zijn moeder en hij blijft de rest van de avond gedurende de andere opstellingen rustig en tevreden zitten.

Gebonden liefde en plekverlies van het kind
Kinderen als Maarten en mensenkinderen als jij en ik kunnen lijden onder het verdriet van onverwerkt verlies dat door generaties heen wordt doorgegeven in onze families van herkomst. We zijn ingesponnen in het verhaal en het lot van onze familie; wij zijn onmiskenbaar deel van dit geheel. Familieopstellingen laten ons zien hoe de streving en liefde van de ziel volgens bepaalde ordeningen verloopt. Waar die ordeningen in het familiesysteem verstoord worden, de liefde niet vrij kan stromen, daar woont gebonden liefde. Door verstrikkingen, verwarringen en identificaties kan het kind gebonden en van zijn plek zijn. Het aannemen van de eigen plek van het kind in de familieorde is een helende ervaring, waardoor de liefde in verbondenheid kan stromen. Liefde beleven we als we op de juiste plek staan. Alleen vanuit de eigen plek kunnen we een wezenlijke verbinding met de ander leggen.

Magische gebonden liefde en wetende verbonden liefde
Waar gestolde rouw woont, kan de liefde niet stromen.
Magische liefde is de liefde van het kind (en van het kind in ons) dat een weg zoekt om iets te herstellen door een taak van een ander in het familieveld op zich te nemen. Het kind is sterk gebonden aan deze ander. Het kind is zich niet bewust van de taak of rol die hij uit liefde op zich heeft genomen. Deze magische liefde houdt het kind van zijn eigen kindplek en is gebonden aan het lot van een ander (een ouder of voorouder). De volwassen mens die zich van zijn magische liefde bewust wordt, beseft dat hij door zijn liefde en offers het lot niet overwint en het lijden niet oplost. Vanuit dat bewustzijn ontstaat de kracht te aanvaarden wat er is en een antwoord te geven op zijn eigen lot. Zo ontstaat wetende liefde. Vanuit wetende liefde kan de mens het eigen leven leiden vanuit de eigen plek; de binding is omgezet in verbinding, er wordt een grens getrokken en de liefde blijft. Er ontstaat een diepe rust, op de eigen plek ‘gegrond’.

Verlies in het leven van een kind
Het verlies dat door generaties heen wordt doorgegeven, is verlies dat indirect uitwerkt op en doorwerkt in het kind. Natuurlijk is er ook de directe impact van verlies op het leven van een kind. Ook de allerkleinste heeft weet van directe verlieservaringen, al heeft hij nog geen taal om het onbenoembare te verwoorden.
Werken met rouw, indirect of direct, met kinderen en volwassenen, vraagt van je te werken met je hart als werkkamer. Hierbij hebben mensen, groot en klein, een context nodig waarin verlies plek en betekenis kan hebben. Het is voor professionals van belang dat zij de wezenlijke plaats van verlies in het leven van binnenuit begrijpen en dat zij kunnen werken met de helende condities om het verlorene een plek te geven.

Leerweg rondom verbinding
Ook rondom systemisch werk is magie ontstaan. Willen wij werkelijk een vervuld bestaan leiden, waarin wij ons in liefde verbonden weten, dan zullen we de vaak pijnlijke schillen rondom onze kern moeten betreden. Niet in het willen veranderen of oplossen, maar in het kennen en onderkennen van onze gebondenheid ligt de bewegingsvrijheid besloten. Dit vraagt een langere leerweg, die de menselijke ontmoeting nodig heeft om binnen en buiten werkelijk te leren kennen.

Schermafbeelding 2013-04-28 om 18.56.02Tekst: Wibe Veenbaas

Wibe Veenbaas is medeoprichter van Phoenix Opleidingen te Utrecht. Hij is een ervaren opleider, supervisor en therapeut. In het instituut wordt de workshop Rouw en rouwverwerking een aantal keren per jaar gegeven. Omgaan met lijden en geluk, verdriet en vreugde, vastpakken en loslaten zijn geïntegreerd in alle opleidingen die worden gegeven. www.phoenixopleidingen.nl

 

 

Dit artikel is gepubliceerd in het magazine Kinderwijz juli/augustus 2012. Een los nummer of abonnement op het magazine Kinderwijz kun je bestellen via www.248media.nl