Systeemopstelling door Bibi Schreuder

Als we door een systemische bril naar pesten kijken, zien we dat het pestgedrag dienstbaar is aan het grotere geheel: het wil iets aan het licht brengen dat niet ‘in orde’ is in het grotere systeem. Het kan de functie hebben om het systeem weer compleet te maken, of om een uitstaande schuld in dat systeem te vereffenen. Misschien moeten we pesters eigenlijk wel dankbaar zijn voor wat ze ons willen laten (in)zien.

Deze gedachten zijn niet zo makkelijk inpasbaar in de manier van denken waar we aan gewend zijn. ‘Hoezo dankbaar zijn; voor al het leed dat berokkend wordt in het leven van degene die gepest werd? En moeten we die pesters dan maar hun gang laten gaan?’
Nee, maar er zijn meer manieren om met pestgedrag om te gaan dan het direct te willen stoppen. Ik wil je uitdagen om zo’n andere manier van denken, het syste­misch denken, toe te laten, al is het alleen maar tijdens het lezen van dit artikel. Systemisch denken houdt in dat je zonder oordelen een individu ziet als een onder­ deel van een groter geheel, een levend systeem.

Bert Hellinger, die het systemisch werk met opstellin­gen ontwikkelde, zag dat de werking van systemen door drie principes worden gestuurd:

  • systemen willen compleet zijn in die zin, dat ieder lid recht heeft op een plek;
  • systemen hebben een ordening;
  • ieder systeem zoekt naar balans in nemen en geven.

Door systemisch te kijken krijgen we inzicht in hoe on­derliggende krachten uit het systeem, bijvoorbeeld het familiesysteem, ons gedrag onbewust beïnvloeden. Wij mensen hebben – als kuddedier – nog een oerinstinct dat onbewust het grotere geheel dient. Een van die in­ stincten is dat we continu ‘scannen’ of we erbij horen en onbewust: of alles erbij hoort. Vanuit het kuddele­ven gezien is het er niet meer bij horen levensgevaar­lijk: de eerste de beste leeuw kan je pakken zonder de bescherming van de kudde als geheel. Een kudde ‘weet’ dat ieder zijn plek heeft en ieder weet er zijn functie, en dat waarborgt de veiligheid.

Weten door onderdeel van een systeem te zijn
Al heel vroeg leren we de signalen te herkennen welk gedrag gewenst is, en met welk gedrag we het risico lopen er niet meer bij te horen. Zodra je jezelf over ‘wij’ hoort spreken, weet je dat je onderdeel bent van dat systeem. Je weet – zonder dat dit je ooit verteld hoeft te zijn – hoe het toegaat bij ‘ons’ en dat dat anders is dan bij ‘jullie’.

Voor een kind is het van levensbelang dat het bij de ou­ders en bij familie hoort. Het neemt de patronen van die familie over, het is trouw aan de normen en waar­den, zo hoort het erbij, en dat geeft een gevoel van on­ schuld en zekerheid. Zodra je ontrouw wordt, voel je je schuldig en onzeker.

In de loop van het leven neem je deel aan steeds meer systemen. Naast het basissysteem van de familie wordt een kind in school, of misschien eerst in de kinder­opvang, deel van een ander ‘wij’, een ander systeem, met andere normen en regels die laten merken hoe je er hier bij hoort.
Het primaire systeem is echter de familie, en ieder kind is in eerste instantie trouw aan zijn eigen familie. Dit is voor een groot gedeelte een onbewuste loyaliteit. Veel gedrag wordt op een of andere manier gestuurd door de onderliggende krachten van die loyaliteit aan het familiesysteem.

Systemen willen compleet zijn
Soms gebeuren er pijnlijke dingen, waar we liever niet aan denken of over spreken. Verdriet, pijn of schaamte kan het leven zo moeilijk maken dat het ‘er niet meer aan denken’ verder leven mogelijk maakt. Zo kunnen nare gebeurtenissen of het verlies van iemand ver­drongen worden. Maar uiteindelijk is het een illusie, de feiten zijn gewoon gebeurd, alleen de emoties of de oordelen en meningen kunnen de feiten op dat mo­ment niet aan. Systemen zijn pas compleet als iedere gebeurtenis, ieder systeemlid erbij mag horen.

Gedrag zien als richtingaanwijzer
Het systeem zorgt ervoor dat later – soms generaties later – degene die buitengesloten werd, door het gedrag van een familielid weer in beeld gebracht wordt. Voor kinderen is het van groot belang (dat kudde­ diereninstinct!) dat er een veilig en dus compleet sys­teem is. Ze lijken voelsprieten te hebben voor verstoringen in het systeem. Zodra er in het systeem iets of iemand ontbreekt, of als mensen niet hun eigen plek in het systeem innemen, zullen kinderen daar on­bewust op reageren met ‘vreemd’ gedrag.
Ook andere systemen, bijvoorbeeld een schoolorganisatie, willen compleet zijn. Hoewel ieder – anders dan bij je familie – slechts tijdelijk lid is van het systeem school, kunnen er ook in dit systeem mensen of gebeurtenissen buiten­gesloten zijn. Mensen die ontslagen zijn om redenen waar maar liever niet meer over gesproken wordt, de schaamte over de leerling die vermist raakte tijdens een schoolkamp, en misschien zijn er gebeurtenissen in de doofpot gestopt door het bestuur, zonder dat iemand van de teamleden of leerlingen daar iets van weet. Dan toch kan het zijn dat leerlingen of het team ‘in dienst genomen worden door het systeem’ om dit buitengeslotene in beeld te brengen.

Het onbewuste gedrag van kinderen wijst volwassenen waar ze moeten kijken voor oplossingen. Helaas doen ze dat op een onbeholpen manier, met gedrag dat de aandacht trekt. Daardoor wordt er juist níet gekeken naar wat er in het grotere geheel niet in orde is, maar reageren we met het willen corrigeren van het gedrag. Met een systeemopstelling* komt aan het licht waar het ‘las­tige’ gedrag van het individu naar verwijst. Dan wordt opeens helder dat het pestgedrag niet alleen draait om twee kinde­ren, maar dat deze kinderen onbewust wijzen op het ontbre­ken van iemand, of op een verstoorde ordening van het systeem. Meestal is het gedrag een herhaald patroon. Een patroon dat zijn wortels heeft in het familiesysteem, of mis­schien heeft het te maken met de schoolorganisatie.

We kunnen ook zonder een opstelling te doen systemisch kijken. En dat heeft heel veel effect. Als we maar durven kijken zonder oordeel, zonder dat we van tevoren weten wat te doen…

Pesten om iemand te her–inneren
Ieder heeft recht op een plek
‘Liever word ik gepest, dan dat ik er helemaal niet meer bij hoor…’, zei een meisje in een artikel over pestgedrag bij meisjes (‘Koninginnen en krengen’, de Volkskrant, 6 oktober 2006).
Deze uitspraak benadrukt hoe belangrijk het kennelijk is om erbij te horen. En, feitelijk gezien, als je slachtoffer bent, weet je zeker dat je erbij hoort; daders bestaan niet zonder slachtoffers, en ook slachtoffers hebben daders nodig om te bestaan.
Naast de neiging om de aandacht op de pesterij te richten is het interessant om te kijken waardoor zo’n meisje het gevoel heeft dat ze er niet bij hoort. Waarschijnlijk werkt ook zij hard om een systeem compleet te maken. Door het ‘er niet bij horen’ her­innert ze, geheel onbewust!, iemand die er in het systeem niet bij mag of mocht horen. Misschien haar moeder, die vroeger ook gepest werd, misschien een tante, die verliefd werd op een Duitser en na de oorlog met pek en veren werd ingesmeerd?

Misschien dat het pesten van dit meisje haar wil uitdagen om weer in het hier en nu aanwezig te zijn en haar eigen plek in te nemen?

Pesten is een vorm van buitensluiten. Met het herhalen van het patroon laat het pestgedrag iets, of iemand die is buitengesloten, weer in beeld komen. Het buitensluitende pesten her­innert diegene die was buitengesloten. Hoe passend is in dit licht het Engelse woord voor herinneren: to remember: weer lid van het systeem laten worden.

Is pesten iemand helpen om op zijn eigen plek te gaan staan?
Ordening
Een ervaren lerares doet een opstelling over een klas die ‘haar het bloed onder de nagels vandaan haalt’. Ze voelt zich machteloos en ziet ertegen op om deze klas les te geven.

De lerares stelt een representant op voor de meisjes in de klas en een voor de jongens en daarna stelt ze zichzelf erbij op. In de opstelling blijkt dat de jongens de macht hebben in deze klas. De lerares, die zelf in de opstelling staat, wordt gevraagd of ze gesteund wordt door de schoolleiding. Ze antwoordt dat ze niet zo veel heeft aan de leiding, ‘die man is niet capabel voor zijn taak’. De representant van de jongens begint hierop hard te lachen. Er wordt een representant voor de schoolleiding bij opgesteld. De jon­ gens draaien zich nu helemaal van de lerares af. De lerares voelt zich vermoeid en draait zich van de schoolleiding af. Dan vraagt de begeleidster van de opstelling haar om naar de schoolleider te kijken en te zeggen: ‘Ik wil dat je me steunt. Ik kan het niet alleen met deze klas.’
Ze kan het bijna niet zeggen, maar doet het wel na een tijdje. Direct is te zien dat de jongens naast de meisjes gaan staan en gespannen kijken naar de lerares. Als de lerares zich omdraait, kijken de jongens en meisjes haar aan en zeggen dat ze nu wel aan het werk willen gaan.

Deze opstelling laat zien dat het pestgedrag van de leerlin­gen ‘wijst’ naar verstoorde orde in de organisatie. De lera­res had oordelen over de schoolleiding. Daar mee kwam ze systemisch op een positie terecht ‘boven’ de schoolleiding. Door steun te kunnen vragen aan de schoolleiding nam ze weer haar eigen positie in het systeem in.

Wordt iemand gepest om een uitstaande schuld in te lossen?
Balans in nemen en geven
Relaties, zowel in werk als in vriendschappen, blijven levendig door een continue uitwisseling. De een geeft, de ander neemt. Het is voelbaar (door gevoelens van ‘schuld en onschuld’) als je meer genomen hebt dan de ander. Dat drijft meestal weer tot geven. Soms blijft er schuld. Dat is in orde, zolang dat gewoon erkend wordt.
Maar soms neemt iemand niet de verantwoordelijk­ heid voor de schuld, het wordt niet erkend als feit, maar bijvoorbeeld met verzachtende omstandigheden om­ kleed. Sommige mensen vragen zich af waardoor ze zich toch altijd schuldig voelen, zonder dat daar reden toe is. In opstellingen zien we dan dat dit verbonden is met een nog uitstaande schuld die erkend wil worden, bijvoorbeeld van een grootvader die het erfdeel van zijn broer verkwanselde. Ook allerlei gedrag, zoals over­ matig veel geven aan anderen, of zichzelf als underdog zien, kan de onbewuste drang zijn om een schuld uit het verleden in te lossen.
Onbewust kan iemand zo steeds terechtkomen in de slachtofferrol. Als we een gepest kind (of volwassene) zien en onszelf betrappen op de gedachte: ’Ja, nou vraagt ze er ook om!’, zou dit wel eens een signaal kun­nen zijn dat hier sprake is van schuldinlossing voor een systeem. Dat als mogelijkheid toelaten geeft al ontspanning.

Als iemand een uitstaande schuld voor het systeem inlost met gepest worden, houdt diegene zich bezig met het ver­leden, en is dus niet meer op de eigen plek in het systeem. Iedere poging om alsnog iets te doen voor het verleden is een ordeverstorende illusie: dat wat eerst was in de tijd was eerst, en daarna komen degenen die daarna le­ven. Daarom noem ik het systemisch denken vaak ‘para­doxaal denken’: er zijn krachten vanuit het systeem die iemand in dienst nemen om wat incompleet of uit orde is, weer in beeld te brengen, of schulden in te lossen, en datzelfde systeem laat niet toe dat de orde verstoord wordt. Het verleden kan niet hersteld worden. De patro­nen worden er alleen maar door versterkt.

Erkennen dat het is zoals het is
Net zo paradoxaal voelt het toepassen van systemisch denken: iets kan alleen veranderen door eerst te erkennen dat het is zoals het is. Zonder enig oordeel de feiten zien en erkennen dat het is zoals het is, werkt helend voor het hele systeem, en dat heeft weer een bevrijdende uitwerking op alle leden van dat systeem.
Het voelt misschien geforceerd om dat vreselijke pest­ gedrag te zien als iets ‘positiefs’. Ook wij professionals zijn gebonden aan onze eigen systemen en trouw aan de denkpatronen die daarbij horen.
Systemisch kijken is vaak zo anders dan we in ons wes­ters denken gewend zijn, dat we met ‘ja, maar…’ liever trouw blijven aan onze vertrouwde denkpatronen. Ik daag je uit om, al is het maar voor één experiment, helemaal zonder oordelen of ja­-maren, een pester, maar ook de gepeste, te erkennen voor wat hij of zij mogelijk doet voor het grotere systeem. En dan, nog steeds oordeel­loos, af te wachten en te zien welke effecten je merkt.
Je kunt bijvoorbeeld in je verbeelding de pester en de gepeste voor je zien en zeggen: ‘Dank je dat jullie op­ gemerkt hebben dat iets in het systeem niet in orde is. Ook al weet ik nog niet wat, ik zie dat jullie hard werken om het aan het licht te brengen.’
Je hoeft dit dus niet tegen de pester of gepeste te zeggen, liever niet! Het gaat er meer om dat jouw innerlijke houding zich opent voor de grotere gehelen. En alleen dat al heeft effect op alle bewegingen in dat systeem. Het betekent niet dat we niets doen en lijdzaam aan de kant staan. Dit is ook een ‘methode’ om op te treden. We richten alleen niet onze aandacht op een klein onderdeel, of op een symptoom. Met het erkennen van iets wat in het systeem om erkenning vraagt, doen we werkelijk iets actief. Laten we kijken welke effecten we zien, in jezelf, in het pestgedrag, bij de betrokkenen, en in het hele systeem…
Per slot van rekening nemen we tot nu toe vaak maat­regelen die achteraf geen effect blijken te hebben, dus waarom niet een keer een experiment doen dat moge­lijk wel effecten heeft?

Het is onze taak als professionals kinderen een veilige omgeving te bieden om zich te kunnen ontwikkelen. Door ons bewust te zijn van onze eigen innerlijke hou­ding, en steeds te checken of het systeem wel com­pleet mag zijn bij mij, of ik zelf mijn eigen plek inneem, en niet bijvoorbeeld door een oordeel te hebben over iemand mezelf boven diegene stel, dragen we bij aan die veiligheid. Zolang een systeem niet compleet is, of als een kind voelt dat er geoordeeld wordt over zijn ouders of afkomst, zal het kind in beslag genomen wor­den om het systeem compleet te maken of te verdedi­gen. Al die energie kan niet besteed worden aan leren of vriendschapsrelaties.
We kunnen ons trainen in het systemisch kijken door onszelf steeds bloot te stellen aan de mogelijkheid dat ‘lastig’ gedrag misschien voortkomt uit die systeem­krachten.
Als er in een systeem (ook je eigen systeem!) onrust of een conflict is, kan het helpen je aan de hand te laten nemen door een aantal vragen. Stel jezelf deze vragen zonder oor­deel, en zonder dat je een antwoord hoeft te geven:

Aan wie is hij/zij trouw door dit gedrag te vertonen? Wie of wat is mogelijk buitengesloten (in zijn/haar familie, of door mij) dat hij/zij door zijn/haar gedrag nu weer probeert te her­inneren? Mag ieder en alles uit het systeem werkelijk een plek hebben bij mij, bij ons? Kan ik erkennen dat wat gebeurd is, ís zoals het is? Is er gedrag of zijn er gebeurtenissen die ik zo veroor­deel, dat ik ze liever ‘er niet laat zijn’ dan te erkennen dat de feiten zijn zoals ze zijn? Over wie heb ik oordelen (ook al probeer ik dat niet te laten merken)? Kan ik de ouders van het kind nemen zoals ze zijn?

Onrust in de klas houdt vaak verband met onrust op een andere plek in de schoolorganisatie: een conflict in het bestuur dat in de doofpot is gestopt, minachtend praten over het ministerie, teamleden die niet door één deur kunnen. Wat verzwegen wordt, wordt buitenge­sloten. De kinderen ervaren het incomplete systeem als onveilig en doen hun best (met ‘lastig’ gedrag) om het ontbrekende in beeld te brengen.
Ook al hebben we geen idee wat er in het systeem aan de hand is, toch kunnen we ons steeds openstellen voor de mogelijkheid dat ongewenst gedrag een gebaar is ten dienste van het systeem.
Dat betekent niet dat ongewenst gedrag goedgepraat moet worden. Maar vaak slaan we een essentiële stap over als we gedrag willen corrigeren: we vergeten het te erkennen. Door direct bezig te zijn met het willen veranderen van het gedrag, sluiten we iets – het feit dat dit gedrag er nou eenmaal is – buiten. En voilà: daar zitten wij in dezelfde dynamiek, en volgen het patroon van buitensluiten.
De kunst is dus – en de taak? – om onszelf als professionals een systemische blik te gunnen, en niet in de patronen voort te gaan maar vanuit een oordeelloze houding te luisteren naar wat het systeem ons via het lastige gedrag of pesten te vertellen heeft.

*De ‘systeemopstelling’ is een methode om onderliggende krachten en verbanden in een systeem (familiesysteem,onderwijssysteem,organisatiesysteem) inzichtelijk te maken. De methode maakt gebruik van representanten die, eenmaal opgesteld in de ruimte, informatie ‘weten’ over het systeem dat is opgesteld, zonder dat hun iets erover verteld hoeft te worden. Ons lichaam heeft kennelijk sensoren waarmee we informatie van systemen kunnen opvangen. Albrecht Mahr noemt dit ‘het wetende veld’. Rupert Sheldrake heeft dit beschreven als ‘morfogenetische velden’.

 

Tekst: Bibi Schreuder

Met de opleiding Systemische Pedagogiek leert Bibi Schreuder deelnemers systemische inzichten in dagelijkse pedagogische situaties toe te passen. Na 25 jaar in het sociaal- pedagogisch onderwijs gewerkt te hebben, richtte ze met haar man het Bert Hellinger Instituut Nederland op, waar workshops en opleidingen systemisch werk met opstellingen gegeven worden.
www.hellingerinstituut.nl

 

 

 

Dit artikel is gepubliceerd in het magazine Kinderwijz november/december 2011. Een los nummer of abonnement op het magazine Kinderwijz kun je bestellen via www.248media.nl