Systemisch werk met familieopstellingen

Bij concentratiestoornis, ADHD, onderpresteren, pesten of bijvoorbeeld agressief gedrag helpen opstellingen om heel anders met deze moeilijkheden om te gaan

Een kind dat niet goed in z’n vel zit, een kind dat onderpresteert, een kind dat niet in het hier en nu lijkt te verkeren, een kind dat moeite heeft zich te concentreren, een kind dat gepest wordt, ouders die bang zijn dat hun kind hetzelfde zal overkomen als wat hun overkwam op school, ouders die zich geen raad weten met het gedrag van hun kind, of het gevoel krijgen dat ze altijd verkeerd op hun kind reageren. Mogelijk zijn dit symptomen van een incompleet systeem.

Hieronder staat in het kort beschreven hoe de onzichtbare krachten van systemen werken, hoe kinderen gevoelig zijn voor die systeemkrachten, en hoe dat hun gedrag beïnvloedt en hun leven stuurt.
Het systemisch werk met opstellingen geeft ouders de mogelijkheid om voor hun kinderen aan het werk te gaan, zodat het familiesysteem – en daarmee hun kind – zich weer kan ontspannen.

Weten door onderdeel van een familiesysteem te zijn
Wij mensen hebben – als kuddedier – een oerinstinct dat onbewust het grotere geheel dient. Een van die instincten is dat we continu ‘scannen’ of we erbij horen en onbewust: of alles erbij hoort. Vanuit het kuddeleven gezien is het er niet meer bij horen levensgevaarlijk: de eerste de beste leeuw kan je pakken zonder de bescherming van de kudde als geheel. Een kudde ‘weet’ dat ieder zijn plek heeft en ieder weet er zijn functie – en dat waarborgt de veiligheid.

Al heel vroeg leren we de signalen te herkennen welk gedrag gewenst is, en met welk gedrag we het risico lopen er niet meer bij te horen. Je weet – zonder dat dit je ooit verteld hoeft te zijn – hoe het toegaat bij ‘ons’ en dat dat anders is dan bij ‘jullie’.
Voor kinderen is het van levensbelang dat ze bij de ouders en familie horen. Ze nemen de patronen van die familie over, ze zijn trouw aan de normen en waarden, zo horen ze erbij, en dat geeft een gevoel van onschuld en zekerheid. Zodra je ontrouw wordt, voel je je schuldig en onzeker.

Systemen willen compleet zijn
Soms gebeuren er pijnlijke dingen, waar we liever niet aan denken of over spreken. Verdriet, pijn of schaamte kan het leven zo moeilijk maken dat alleen het ‘er niet meer aan denken’ het verder leven mogelijk maakt. Zo kunnen nare gebeurtenissen of het verlies van iemand verdrongen worden. Maar uiteindelijk is het een illusie, de feiten zijn gewoon gebeurd, alleen de emoties kunnen de feiten op dat moment niet aan. Familiesystemen zijn pas compleet als iedere gebeurtenis, ieder systeemlid erbij mag horen.

Ongewenst gedrag is het symptoom van een systeem dat ‘niet in orde’ is.

Gedrag zien als richtingaanwijzer
Het systeem zorgt ervoor dat later, soms generaties later, degene die buitengesloten werd, door het gedrag van een familielid weer in beeld gebracht wordt. Voor kinderen is het van groot belang (dat kuddediereninstinct!) dat er een veilig en dus compleet systeem is. Zodra er een gat in het systeem is, zullen kinderen dit gat dichten. Ze lijken voelsprieten te hebben voor verstoringen in het systeem. Ontbreekt er iets of iemand in het systeem, of als mensen niet hun eigen plek in het systeem innemen, dan zullen kinderen daar onbewust op reageren met ‘vreemd’ gedrag.

Families hebben een ordening: oudste – jonger – jongst
Families lijken er wel bij te varen als iedereen zijn of haar eigen plek inneemt: als ouders de ouders van de kinderen zijn en niet andersom. En ook hebben broers en zussen ieder hun eigen plek, eerst de eerstgeborene, dan de tweede op de tweede plek, dan de derde, enzovoort. Ook als een kind vroeg overleden is, heeft het nog steeds de plek in de kinderrij. Soms wordt er nooit meer gesproken over een kind dat (vóór of na de geboorte) overleed, en krijgt het kind dat daarna geboren werd, de plek van het overleden kind. Onbewust reageert dit kind dan – met ‘vreemd gedrag’ – op iets wat ‘niet in orde’ is.
Kinderen lijken zelfs antennes te hebben voor als er in de generatie van de ouders iets niet in orde was. Zodra een kind voelt dat er iets ontbreekt in de generatie van de ouders, of als een van de ouders bijvoorbeeld nog steeds verlangt naar haar of zijn moeder, zal het kind die leegte invullen, ook al heeft het nooit iets gehoord over de ontbrekende persoon. Dit is een onbewust proces, vanuit een soort paradoxaal magisch denken: ‘Als ik nou de moeder van mijn vader ben, dan is het systeem weer compleet, en kan papa weer helemaal in het hier en nu zijn’.
Veel symptomen bij kinderen zijn uitingen van dit ‘niet in orde zijn’ van het familiesysteem.

Het gedrag van kinderen geeft volwassenen aan hoe en waar ze oplossingen moeten zoeken. Helaas doen kinderen dat op een onbeholpen manier, met gedrag dat de aandacht trekt. Daardoor wordt er juist níét gekeken naar wat er in het grotere geheel niet in orde is, maar reageren wij volwassenen met het willen corrigeren van het gedrag.
Met een systeemopstelling komt aan het licht waar het ‘lastige’ gedrag van het individu naar verwijst. Dan wordt opeens helder dat het gedrag wijst op het ontbreken van iemand, of op een verstoorde ordening van het systeem.
Een kind kan onbewust op de positie gekomen zijn van de ouders van de ouders – omdat het aanvoelde dat er daar iets ontbrak voor zijn ouders. Eigenlijk werkt een kind dus heel hard om het voor de ouders ‘in orde’ te maken. Maar het systeem is in de war en vaak mondt dit uit in ruzies: het kan gebeuren dat ouders hun verwijten naar hun eigen ouders – onbewust! – projecteren op hun kinderen. Deze kinderen reageren – onbewust vanuit loyaliteit aan de grootouders – daar brutaal of agressief op.
Zo blijven de patronen zich herhalen: ouders die het juist beter willen doen dan hun ouders, kinderen die daartegen in opstand komen.

De systeemopstellingen-methode
De ‘systeemopstelling’ is een methode om onderliggende krachten en verbanden in een systeem (bijvoorbeeld familiesysteem, onderwijssysteem) inzichtelijk te maken.
De methode maakt gebruik van representanten die, eenmaal opgesteld in de ruimte, informatie ‘weten’ over het systeem dat is opgesteld, zonder dat hun iets erover verteld hoeft te worden. Ons lichaam heeft kennelijk sensoren waarmee we informatie van systemen kunnen opvangen. Albrecht Mahr noemt dit ‘het wetende veld’. Rupert Sheldrake heeft dit beschreven als ‘morfogenetische velden’.

Kinderen kunnen niet iets voor hun ouders in orde maken, ouders kunnen wel iets voor hun kind in orde maken
Vanuit systemisch perspectief kunnen we alleen instemmen en ‘nemen’ wat er in het verleden was en hoe het is zoals het is. Het verleden kunnen we niet meer veranderen. Maar een kind heeft vaak – onbewust – het gevoel dat het alsnog de vroeg overleden moeder van pappa kan terugtoveren, of dat het, door ook het leven van de overleden broer of zus te leven, het verdriet van de ouders om hun overleden kind weg kan nemen.
Ook al zeg je tegen je kind dat dit voor jou niet nodig is, zolang het kind voelt dat niet iedereen werkelijk een plek heeft, blijft het onbewust energie steken in het compleet maken van het systeem, op zijn eigen ‘onbeholpen’ manier.
Ouders kunnen aan het werk gaan voor hun kind. Ze kunnen bijvoorbeeld een familieopstelling doen, of samen met de systemisch coach onderzoeken wat in het familiesysteem nog een plek in hun hart verdient. Het vreemde van deze manier van werken is dat als de ouders hun verdriet of de nare gebeurtenissen in de familie werkelijk nemen (dat is meer dan het accepteren), het kind dan het ‘vreemde gedrag’ niet meer hoeft te vertonen. Kennelijk voelt het kind dat het systeem nu in orde is.
We pretenderen niet dat het systemisch kijken met opstellingen symptomen zoals dyslexie, ADHD of autisme kan verhelpen. Maar steeds horen we terug van ouders dat de omgang gemakkelijker geworden is, de sfeer in huis verbeterd is, het kind zich beter in zijn vel voelt, of weer met plezier naar school gaat, nadat de ouders in een opstelling ervaren hadden hoe ‘heel’ het systeem wordt als ook de nare gebeurtenissen en de buitengesloten geraakte familieleden een plek in hun hart krijgen.

Bibi Schreuder heeft zich gespecialiseerd in het systemisch kijken met opstellingen naar kinderen en hun gedrag. Ze werkt daarbij niet met de kinderen, maar met de ouders (of leerkracht), ‘zodat kinderen kind kunnen zijn, en de ouders volwassen keuzes kunnen maken’.
Bibi is medeoprichtster van het Bert Hellinger Instituut Nederland, waar ze opleidingen en workshops geeft in systemisch werk met opstellingen en systemische coaching.

Bert Hellinger Instituut Nederland Bibi Schreuder
Middelberterweg 13a
9723 ET Groningen
050-5020680
www.hellingerinstituut.nl
info@hellingerinstituut.nl